-
Een verzoek als bedoeld in de artikelen 3.22 en 3.23 kan worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders van enige gemeente.
-
Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan ook worden gericht aan Onze Minister. In dat geval treedt Onze Minister voor de toepassing van de artikelen 3.22 en 3.23 in de plaats van het college en wordt het verzoek gedaan door tussenkomst van een inschrijfvoorziening.
-
Een verzoek als bedoeld in artikel 3.22a, eerste lid, wordt elektronisch gericht aan Onze Minister zonder tussenkomst van een inschrijfvoorziening.
Wet basisregistratie personen Actueel
Inhoud
Afdeling 2
Artikel 3.20
De verstrekking aan de betrokkene van hem betreffende gegevens geschiedt ingevolge artikel 15 van de verordening, in samenhang met artikel 2.55 of in samenhang met de artikelen 2.81 en 2.55.
Artikel 3.20a
Artikel 18 van de verordening is met betrekking tot de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie niet van toepassing.
Artikel 3.21
-
Indien op de persoonslijst een aantekening omtrent beperking van de verstrekking van gegevens aan derden is vermeld, worden geen gegevens van de persoonslijst verstrekt op grond van:
de artikelen 3.3 en 3.6, voor zover de beperking van de verstrekking van toepassing is;
artikel 3.9.
-
In afwijking van het eerste lid verstrekt het college van burgemeester en wethouders gegevens op grond van artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en c, indien de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
-
Het college maakt een beschikking, waarmee het toepassing geeft aan het tweede lid, terstond bekend aan de betrokkene. Het geeft geen uitvoering aan de beschikking binnen een bij die beschikking gestelde termijn.
-
Artikel 2.55, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Het college neemt passende maatregelen om ten minste eens per jaar aan de ingezetenen het recht, bedoeld in het eerste lid, bekend te maken. De bekendmaking vindt plaats via één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze.
Artikel 3.22
-
Het college van burgemeester en wethouders deelt binnen vier weken aan de betrokkene in verband met de uitoefening van het recht van inzage, bedoeld in artikel 15 van de verordening, op diens verzoek mede of gegevens die de betrokkene betreffen gedurende de periode van twintig jaren voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt uit de basisregistratie aan een overheidsorgaan of derde.
-
Het college voldoet niet aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, voor zover:
van de verstrekking geen aantekening is gehouden krachtens artikel 3.11, tweede lid; of
dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan nader worden geregeld in welke gevallen toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, aanhef en onderdeel b.
-
Artikel 2.55, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.22a
-
Onverminderd artikel 3.22, eerste lid, deelt Onze Minister elektronisch aan de betrokkene in verband met de uitoefening van het recht van inzage, bedoeld in artikel 15 van de verordening, op diens verzoek mede of gegevens die de betrokkene betreffen gedurende de periode van twintig jaren voorafgaande aan het verzoek door Onze Minister uit de basisregistratie zijn verstrekt.
-
Onze Minister voldoet niet aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, indien het verzoek betrekking heeft op een minderjarige jonger dan 16 jaar.
-
Artikel 3.22, tweede en derde lid, alsmede artikel 2.55, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.23
-
Het college van burgemeester en wethouders doet op schriftelijk verzoek van de betrokkene, indien op grond van het verzoek, bedoeld in de artikelen 2.57 en 2.58, een besluit als bedoeld in artikel 2.60, dan wel de uitspraak van de rechter, bedoeld in artikel 2.61, ten aanzien van hem gegevens zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd, van de wijziging mededeling aan overheidsorganen en derden aan wie gedurende twintig jaren voorafgaand aan het verzoek en in de sedert dat verzoek verstreken tijd, de desbetreffende gegevens zijn verstrekt, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.
-
Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene aan het college richten tot uiterlijk acht weken nadat hij van de wijziging kennis heeft kunnen nemen.
-
Het college doet aan de verzoeker desgevraagd opgave van degenen aan wie de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan. Artikel 3.22, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Artikel 2.55, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing indien gegevens ten aanzien van de betrokkene zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 2.81 in samenhang met de artikelen 2.57, 2.58, 2.60 en 2.61.
Artikel 3.24
Een beslissing op een verzoek als bedoeld in deze afdeling wordt gelijkgesteld met een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.