Wet basisregistratie personen

Inhoud

Artikel 2.37c

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-11-2025.
Deze versie geldt vanaf 11-11-2025.
  1. Bij het verlenen van ondersteuning door Onze Minister aan het college van burgemeester en wethouders aan het onderzoek, bedoeld in artikel 2.37a, eerste lid, is Onze Minister bevoegd tot de verwerking van:

    1. de gegevens, opgenomen in de centrale voorziening die gebruikt wordt voor de systematische verstrekking van gegevens,

    2. de gegevens, verkregen van aangewezen bestuursorganen en derden als bedoeld in artikel 2.37b, en

    3. andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

  2. In het kader van de verwerking van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister de gegevens in ieder geval analyseren aan de hand van profielen of in het kader van een onderzoek naar patronen.

  3. Onze Minister treft passende maatregelen om bij de ontwikkeling van profielen controle door menselijke tussenkomst te waarborgen.

  4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verwerking van de gegevens, de te hanteren analysemethoden en de maatregelen om menselijke tussenkomst te waarborgen bij de ontwikkeling van profielen.

  5. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

11-11-2025 Huidig 12-02-2025 Historisch 01-10-2023 Historisch 15-05-2023 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 15-05-2023.

Tekst van deze versie

  1. Bij het verlenen van ondersteuning door Onze Minister aan het college van burgemeester en wethouders aan het onderzoek, bedoeld in artikel 2.37a, eerste lid, is Onze Minister bevoegd tot de verwerking van:

    1. de gegevens, opgenomen in de centrale voorziening die gebruikt wordt voor de systematische verstrekking van gegevens,

    2. de gegevens, verkregen van aangewezen bestuursorganen en derden als bedoeld in artikel 2.37b, en

    3. andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

  2. In het kader van de verwerking van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister de gegevens in ieder geval analyseren aan de hand van profielen of in het kader van een onderzoek naar patronen.

  3. Onze Minister treft passende maatregelen om bij de ontwikkeling van profielen controle door menselijke tussenkomst te waarborgen.

  4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verwerking van de gegevens, de te hanteren analysemethoden en de maatregelen om menselijke tussenkomst te waarborgen bij de ontwikkeling van profielen.

  5. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet basisregistratie personen