In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder een aangewezen bestuursorgaan: een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 2.65, voor zover het betreft de taken en gevallen waar de in dat artikel bedoelde aanwijzing betrekking op heeft.
Wet basisregistratie personen Actueel
Inhoud
Afdeling 2
Artikel 2.63
-
Deze afdeling is van toepassing op personen die niet als ingezetene of ingezetene van een openbaar lichaam in de basisregistratie zijn ingeschreven, met uitzondering van personen die op het moment van hun overlijden ingezetene of ingezetene van een openbaar lichaam waren.
-
In afwijking van het eerste lid worden geen gegevens opgenomen krachtens deze afdeling in een geval als bedoeld in artikel 2.1, derde lid.
-
De krachtens deze afdeling over een ingeschrevene opgenomen gegevens worden zodra hij ingezetene wordt opnieuw vastgesteld met inachtneming van de eerste afdeling van dit hoofdstuk.
-
De gegevens over het tijdelijk verblijfsadres en contactgegevens worden indien de ingeschrevene ingezetene wordt niet opnieuw vastgesteld.
Artikel 2.64
Onze Minister houdt in Nederland en in een of meerdere van de openbare lichamen voorzieningen in stand ten behoeve van de uitvoering van deze wet inzake:
het inschrijven van niet-ingezetenen;
het indienen van verzoeken van niet-ingezetenen aan Onze Minister.
Artikel 2.65
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bestuursorganen worden aangewezen die bevoegd zijn om Onze Minister een verzoek te doen als bedoeld in artikel 2.68, eerste lid, of een opgave als bedoeld in artikel 2.70, derde lid, onderdeel a. Bij de maatregel wordt bepaald op welke taken van het bestuursorgaan de aanwijzing betrekking heeft. Daarbij kan tevens bepaald worden op welke gevallen de aanwijzing betrekking heeft.
-
Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan ook betrekking hebben op bestuursorganen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES.
Artikel 2.66
-
Onze Minister schrijft een persoon in de basisregistratie in op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 2.67 of artikel 2.68.
-
Inschrijving geschiedt niet als de betrokkene reeds in de basisregistratie is ingeschreven.
Artikel 2.67
-
Eenieder kan Onze Minister verzoeken om hem in te schrijven in de basisregistratie. Een dergelijk verzoek kan, waar het gaat om de inschrijving van minderjarigen jonger dan 16 jaar, worden gedaan door ouders, voogden of verzorgers.
-
Bij zijn verzoek legt de betrokkene ten minste de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bescheiden ten behoeve van een juiste inschrijving over.
-
Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de betrokkene ten behoeve van de vaststelling van zijn identiteit in persoon bij de inschrijfvoorziening is verschenen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen van de verschijning in persoon kan worden afgezien.
-
Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.
-
Onze Minister gaat niet over tot inschrijving als de betrokkene op grond van de eerste of derde afdeling van dit hoofdstuk voor inschrijving in aanmerking komt.
Artikel 2.68
-
Een aangewezen bestuursorgaan kan Onze Minister verzoeken om een persoon in te schrijven in de basisregistratie.
-
Het bestuursorgaan verzoekt alleen om inschrijving als het zelf gegevens over de betrokkene verwerkt in verband met de uitoefening van zijn taak.
-
Het bestuursorgaan verzoekt niet om inschrijving dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.
-
Het bestuursorgaan verzoekt niet om inschrijving als de betrokkene op grond van de eerste afdeling van dit hoofdstuk voor inschrijving in aanmerking komt.
Artikel 2.69
-
In de basisregistratie worden over de ingeschrevene uitsluitend de volgende gegevens opgenomen:
algemene gegevens:
- 1°
gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam, de geboorte, het geslacht en het overlijden;
- 2°
gegevens over de nationaliteit, met dien verstande dat geen gegevens over een vreemde nationaliteit worden opgenomen naast gegevens over het Nederlanderschap of het feit dat de betrokkene als Nederlander wordt behandeld;
- 3°
gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling;
- 4°
gegevens over het woonadres;
- 5°
gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene;
- 6°
gegevens over het tijdelijk verblijfsadres;
- 7°
contactgegevens;
- 1°
administratieve gegevens:
- 1°
gegevens in verband met de inschrijving;
- 2°
gegevens over het niet-ingezetenschap;
- 3°
gegevens over de opgave van algemene gegevens die het aangewezen bestuursorgaan heeft gedaan of over het verzoek van de ingeschrevene om opneming van algemene gegevens;
- 4°
gegevens ter aanduiding van de bron waaruit algemene gegevens zijn verkregen, dan wel van de rechtsgrond krachtens welke algemene gegevens zijn opgenomen;
- 5°
gegevens ter aanduiding van de onjuistheid van een opgenomen algemeen gegeven of van strijd met de Nederlandse openbare orde van een opgenomen gegeven over de burgerlijke staat dan wel over een onderzoek naar die onjuistheid of strijdigheid, alsmede andere gegevens, noodzakelijk in verband met de bijhouding van de basisregistratie;
- 6°
gegevens over de beperking van de verstrekking van gegevens aan derden.
- 1°
-
Artikel 2.7, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.70
-
Onze Minister neemt de gegevens over de burgerservicenummers op, overeenkomstig artikel 2.24.
-
Onze Minister neemt bij een inschrijving als bedoeld in artikel 2.67 de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen algemene gegevens op.
-
Onze Minister neemt in de overige gevallen algemene gegevens op:
door ontlening aan een opgave van een aangewezen bestuursorgaan;
op verzoek van de ingeschrevene;
door ontlening aan een mededeling van de ambtenaar van de burgerlijke stand van een gemeente die in het onder hem ressorterende register melding heeft gemaakt van het overlijden van een ingeschrevene.
-
Onze Minister draagt zorg voor het opnemen van de administratieve gegevens die betrekking hebben op de algemene gegevens.
Artikel 2.71
-
Het aangewezen bestuursorgaan dat een opgave doet als bedoeld in artikel 2.70, derde lid, onder a, geeft daarbij toepassing aan de artikelen 2.72 tot en met 2.75a.
-
Indien het bestuursorgaan op grond van een wet, een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie gehouden is de desbetreffende gegevens te ontlenen aan een opgave van een buitenlands orgaan, ontleent het bestuursorgaan deze gegevens aan die opgave.
-
Indien Onze Minister gegevens opneemt, anders dan door ontlening aan een opgave van een aangewezen bestuursorgaan, geeft hij daarbij toepassing aan de artikelen 2.72 tot en met 2.75a.
Artikel 2.72
De gegevens over de burgerlijke staat worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 2.8 en 2.10.
Artikel 2.73
De gegevens over de nationaliteit worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 2.14 en 2.15.
Artikel 2.74
De gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling worden ontleend aan de gegevens die Onze Minister van Justitie en Veiligheid daarover tot zijn beschikking heeft.
Artikel 2.75
-
De gegevens over het woonadres en de gegevens over het tijdelijk verblijfsadres worden ontleend aan een opgave van de ingeschrevene.
-
Indien aannemelijk is dat een gegeven in de opgave onjuist is, wordt het gegeven niet aan de opgave ontleend.
-
Als de ingeschrevene geen opgave heeft gedaan of aannemelijk is dat de opgave onjuiste gegevens bevat, kunnen de gegevens ambtshalve worden vastgesteld.
Artikel 2.75a
-
Contactgegevens worden ontleend aan een opgave van de ingeschrevene.
-
Indien aannemelijk is dat een gegeven in de opgave onjuist is, wordt het gegeven niet aan de opgave ontleend.
Artikel 2.76
Omtrent de vaststelling dat een opgenomen algemeen gegeven onjuist is of, indien het een gegeven over de burgerlijke staat betreft, in strijd is met de Nederlandse openbare orde, omtrent een onderzoek naar die onjuistheid of strijdigheid, alsmede omtrent de omstandigheid dat de ingeschrevene geen ingezetene is, wordt een aantekening geplaatst bij de desbetreffende gegevens.
Artikel 2.77
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de wijze waarop een verzoek als bedoeld in artikel 2.68 en een opgave als bedoeld in artikel 2.70, derde lid, worden gedaan en omtrent de informatie die daarbij wordt overgelegd.
Artikel 2.78
-
Een aangewezen bestuursorgaan doet alleen een opgave als bedoeld in artikel 2.70, derde lid, onder a, voor zover het zelf de desbetreffende gegevens verwerkt in verband met de uitoefening van zijn taak. Als het bestuursorgaan bij die uitoefening de beschikking krijgt over gegevens over een ingeschrevene, die door middel van een dergelijke opgave kunnen leiden tot bijhouding van de basisregistratie, doet het bestuursorgaan opgave aan Onze Minister.
-
Indien bij een algemeen gegeven een aantekening is geplaatst omtrent een onderzoek naar de onjuistheid of strijdigheid met de openbare orde, bevordert een aangewezen bestuursorgaan de goede vaststelling van het gegeven, voor zover het bestuursorgaan zelf het gegeven verwerkt in verband met de uitoefening van zijn taak.
-
De ambtenaar van de burgerlijke stand doet de mededeling, bedoeld in artikel 2.70, derde lid, onder c, terstond aan Onze Minister.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het eerste, tweede en derde lid.
Artikel 2.79
-
De persoon die aan Onze Minister een verzoek als bedoeld in deze afdeling richt, doet dit door tussenkomst van een inschrijfvoorziening.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de indiening van een verzoek als bedoeld in het eerste lid en de informatie die daarbij wordt overgelegd.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de door de verzoeker verschuldigde rechten wegens handelingen ter uitvoering van het verzoek. Rechten kunnen slechts worden geheven voor zover de handelingen niet kosteloos moeten worden verricht.
Artikel 2.80
Indien Onze Minister in verband met het opnemen van gegevens in de basisregistratie over een persoon aan de betrokkene verzoekt om een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht met het oog op de vaststelling van diens identiteit, is de betrokkene verplicht een dergelijk op hem betrekking hebbend document over te leggen.
Artikel 2.81
-
Onze Minister stelt binnen vier weken na een inschrijving als bedoeld in artikel 2.66 aan de ingeschrevene in begrijpelijke vorm een volledig overzicht ter beschikking van zijn persoonslijst.
-
Onze Minister vermeldt op schriftelijk verzoek van de betrokkene op zijn persoonslijst kosteloos een aantekening omtrent beperking van de verstrekking van gegevens aan derden. Onze Minister geeft binnen vier weken gevolg aan het verzoek en doet daarvan terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker, onder vermelding van de geldende regels ter zake.
-
De artikelen 2.54, tweede en derde lid, 2.55, 2.56a, vierde lid, 2.57, 2.58, 2.58a, 2.60 en 2.61 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van niet-ingezetenen met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van het college van burgemeester en wethouders en dat voor de toepassing van artikel 2.60, onderdeel a, voor «aangifte» wordt gelezen: verzoek.
-
Een verzoek als bedoeld in artikel 2.55 kan ook worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders van enige gemeente in Nederland.
-
Op een verzoek als bedoeld in artikel 2.53, derde lid, is artikel 2.79, derde lid, van overeenkomstige toepassing.