Wet basisregistratie personen

Inhoud

Artikel 3.21

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-11-2025.
Deze versie geldt vanaf 11-11-2025.
  1. Indien op de persoonslijst een aantekening omtrent beperking van de verstrekking van gegevens aan derden is vermeld, worden geen gegevens van de persoonslijst verstrekt op grond van:

    1. de artikelen 3.3 en 3.6, voor zover de beperking van de verstrekking van toepassing is;

    2. artikel 3.9.

  2. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college van burgemeester en wethouders gegevens op grond van artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en c, indien de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

  3. Het college maakt een beschikking, waarmee het toepassing geeft aan het tweede lid, terstond bekend aan de betrokkene. Het geeft geen uitvoering aan de beschikking binnen een bij die beschikking gestelde termijn.

  4. Artikel 2.55, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  5. Het college neemt passende maatregelen om ten minste eens per jaar aan de ingezetenen het recht, bedoeld in het eerste lid, bekend te maken. De bekendmaking vindt plaats via één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze.

11-11-2025 Huidig 12-02-2025 Historisch 01-10-2023 Historisch 15-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-10-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2021.

Tekst van deze versie

  1. Indien op de persoonslijst een aantekening omtrent beperking van de verstrekking van gegevens aan derden is vermeld, worden geen gegevens van de persoonslijst verstrekt op grond van:

    1. de artikelen 3.3 en 3.6, voor zover de beperking van de verstrekking van toepassing is;

    2. artikel 3.9.

  2. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college van burgemeester en wethouders gegevens op grond van artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en c, indien de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

  3. Het college maakt een beschikking, waarmee het toepassing geeft aan het tweede lid, terstond bekend aan de betrokkene. Het geeft geen uitvoering aan de beschikking binnen een bij die beschikking gestelde termijn.

  4. Artikel 2.55, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  5. Het college neemt passende maatregelen om ten minste eens per jaar aan de ingezetenen het recht, bedoeld in het eerste lid, bekend te maken. De bekendmaking vindt plaats via één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet basisregistratie personen