Wet basisregistratie personen

Inhoud

Artikel 3.22a

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-03-2022.
  1. Onverminderd artikel 3.22, eerste lid, deelt Onze Minister elektronisch aan de betrokkene in verband met de uitoefening van het recht van inzage, bedoeld in artikel 15 van de verordening, op diens verzoek mede of gegevens die de betrokkene betreffen gedurende de periode van twintig jaren voorafgaande aan het verzoek door Onze Minister uit de basisregistratie zijn verstrekt.

  2. Onze Minister voldoet niet aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, indien het verzoek betrekking heeft op een minderjarige jonger dan 16 jaar.

  3. Artikel 3.22, tweede en derde lid, alsmede artikel 2.55, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

11-11-2025 Huidig 12-02-2025 Historisch 01-10-2023 Historisch 15-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-10-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2022

Tekst van deze versie

  1. DitOnverminderd onderdeelartikel is3.22, nogeerste nietlid, inwerkingdeelt getredenOnze Minister elektronisch aan de betrokkene in verband met de uitoefening van het recht van inzage, bedoeld in artikel 15 van de verordening, op diens verzoek mede of gegevens die de betrokkene betreffen gedurende de periode van twintig jaren voorafgaande aan het verzoek door Onze Minister uit de basisregistratie zijn verstrekt.
  2. Onze Minister voldoet niet aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, indien het verzoek betrekking heeft op een minderjarige jonger dan 16 jaar.
  3. Artikel 3.22, tweede en derde lid, alsmede artikel 2.55, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet basisregistratie personen