-
Het college van burgemeester en wethouders deelt binnen vier weken aan de betrokkene in verband met de uitoefening van het recht van inzage, bedoeld in artikel 15 van de verordening, op diens verzoek mede of gegevens die de betrokkene betreffen gedurende de periode van twintig jaren voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt uit de basisregistratie aan een overheidsorgaan of derde.
-
Het college voldoet niet aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, voor zover:
van de verstrekking geen aantekening is gehouden krachtens artikel 3.11, tweede lid; of
dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan nader worden geregeld in welke gevallen toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, aanhef en onderdeel b.
-
Artikel 2.55, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Artikel 3.22
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-03-2022.
Deze versie geldt vanaf 01-03-2022.
11-11-2025
Huidig
12-02-2025
Historisch
01-10-2023
Historisch
15-05-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
22-10-2022
Historisch
01-03-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-07-2021
Tekst van deze versie
- Het college van burgemeester en wethouders deelt binnen vier weken aan de betrokkene in verband met de uitoefening van het recht van inzage, bedoeld in artikel 15 van de verordening, op diens verzoek binnen vier weken mede of hem betreffende gegevens die de betrokkene betreffen gedurende de periode van twintig jaren voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt uit de basisregistratie zijn verstrekt aan een overheidsorgaan of derde.
-
IndienHet zodanigecollege verstrekkingvoldoet isniet geschied, doetaan het collegeverzoek, daarvanbedoeld desgevraagd binnen vier weken na ontvangst vanin het verzoekeerste mededelinglid, aanvoor de verzoeker.zover:
- Hetvan collegede voldoetverstrekking nietgeen aanaantekening hetis ingehouden hetkrachtens eersteartikel en3.11, tweede lidlid; bedoelde verzoek voor zover:of
dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.
- Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan nader worden geregeld worden in welke gevallen toepassing wordt gegeven moet worden aan het derdetweede lid, aanhef en onderdeel b.
-
Artikel 2.55, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.