Opiumwet

Inhoud

Artikel 8

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 09-07-2026.
  1. Een ontheffing van een verbod als bedoeld in de artikelen 2 of 3 kan slechts worden verleend of verlengd indien de aanvrager ten genoegen van Onze Minister heeft aangetoond:

    1. dat daarmee het belang van de volksgezondheid of dat van de diergezondheid wordt gediend;

    2. deze nodig te hebben voor het verrichten van wetenschappelijk of analytisch-chemisch onderzoek dan wel voor instructieve doeleinden, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet, of

    3. deze nodig te hebben voor het verrichten van een handeling als bedoeld in artikel 2 of 3 krachtens een overeenkomst met:

      1. een ander aan wie krachtens artikel 6, eerste lid, een ontheffing is verleend;

      2. een apotheker of apotheekhoudende arts;

      3. een dierenarts;

      4. een instelling of persoon, aangewezen krachtens artikel 5, tweede of derde lid;

      5. een houder van een in een ander land verleende vergunning of ontheffing om de desbetreffende middelen in dat land in te voeren, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet;

    4. deze nodig hebben voor industriële doeleinden teneinde een product te realiseren dat voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet.

  2. Een ontheffing kan voorts worden verleend of verlengd indien de aanvrager deze nodig heeft voor het telen van cannabis krachtens een overeenkomst met Onze Minister.

  3. Een ontheffing van een verbod als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, kan slechts worden verleend indien de aanvrager ten genoegen van Onze Minister heeft aangetoond:

    1. dat daarmee het belang van de volksgezondheid of dat van de diergezondheid wordt gediend;

    2. deze nodig te hebben voor het verrichten van wetenschappelijk of analytisch-chemisch onderzoek dan wel voor instructieve doeleinden, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet; of

    3. deze nodig te hebben voor het verrichten van een handeling als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, krachtens een overeenkomst met:

      1. een ander aan wie krachtens artikel 6, eerste lid, een ontheffing is verleend;

      2. een ander die in een ander land is gevestigd en die gerechtigd is de middelen in dat land in te voeren, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet;

    4. deze nodig te hebben voor industriële doeleinden teneinde een product te realiseren dat voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet.

09-07-2026 Huidig 28-01-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 16-04-2024 Historisch 12-09-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-07-2022 Historisch 28-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 17-11-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2025.

Tekst van deze versie

  1. Een ontheffing van een verbod als bedoeld in de artikelen 2 of 3 kan slechts worden verleend of verlengd indien de aanvrager ten genoegen van Onze Minister heeft aangetoond:

    1. dat daarmee het belang van de volksgezondheid of dat van de diergezondheid wordt gediend;

    2. deze nodig te hebben voor het verrichten van wetenschappelijk of analytisch-chemisch onderzoek dan wel voor instructieve doeleinden, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet, of

    3. deze nodig te hebben voor het verrichten van een handeling als bedoeld in artikel 2 of 3 krachtens een overeenkomst met:

      1. een ander aan wie krachtens artikel 6, eerste lid, een ontheffing is verleend;

      2. een apotheker of apotheekhoudende arts;

      3. een dierenarts;

      4. een instelling of persoon, aangewezen krachtens artikel 5, tweede of derde lid;

      5. een houder van een in een ander land verleende vergunning of ontheffing om de desbetreffende middelen in dat land in te voeren, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet;

    4. deze nodig hebben voor industriële doeleinden teneinde een product te realiseren dat voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet.

  2. Een ontheffing kan voorts worden verleend of verlengd indien de aanvrager deze nodig heeft voor het telen van cannabis krachtens een overeenkomst met Onze Minister.

  3. Een ontheffing van een verbod als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, kan slechts worden verleend indien de aanvrager ten genoegen van Onze Minister heeft aangetoond:

    1. dat daarmee het belang van de volksgezondheid of dat van de diergezondheid wordt gediend;

    2. deze nodig te hebben voor het verrichten van wetenschappelijk of analytisch-chemisch onderzoek dan wel voor instructieve doeleinden, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet; of

    3. deze nodig te hebben voor het verrichten van een handeling als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, krachtens een overeenkomst met:

      1. een ander aan wie krachtens artikel 6, eerste lid, een ontheffing is verleend;

      2. een ander die in een ander land is gevestigd en die gerechtigd is de middelen in dat land in te voeren, voor zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet;

    4. deze nodig te hebben voor industriële doeleinden teneinde een product te realiseren dat voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Opiumwet