Algemene plaatselijke verordening Zeist 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Bijzondere bepalingen over slijtersbedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk en carbidschieten
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Toezicht op smart- en headshops
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Gebiedsontzeggingen, sluiting voor publiek openstaande gebouwen, tegengaan woonoverlast
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het Natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op smart- en headshops

Artikel 2:74a

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zijbedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verbandhouden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer vaak wordt aangeduid als een smartshop of headshop.

  2. leidinggevende:

    1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd;

    2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;

    3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;

  3. bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van:

    1. de leidinggevende(n) en de levenspartner en kinderen van een leidinggevende van de inrichting;

    2. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

  4. smartshop: een locatie waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders da nom niet psychoactieve substanties, waaronder niet-traditionele genotmiddelen op natuurlijke basis en gerelateerde literatuur en accessoires worden bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of voorhanden zijn.

  5. headshop: een locatie waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet artikelen en hulpmiddelen voor het gebruik van drugs zoals jointvloeitjes, (water)pijpen, grinders, vaporizers en dergelijke te koop worden aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of voorhanden zijn.

Artikel 2:74b

Vergunningplicht

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting, zoals beschreven onder 2:74a, eerste lid, te exploiteren.

Artikel 2:74c

Eisen leidinggevende

Een leidinggevende voldoet aan de volgende eisen:

  1. hij/zij staat niet onder curatele;

  2. hij/zij is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;

  3. hij/zij heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

Artikel 2:74d

Nadere regels

Het college kan nadere regels vaststellen voor het aantal inrichtingen waarvoor vergunning kan worden verleend alsmede voor die inrichting(en) geldende nadere voorwaarden.

Artikel 2:74e

Vergunningaanvraag

  1. Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag bij de burgemeester worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vast te stellen formulier.

  2. Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt ten minste:

    1. opgaaf gedaan van de personalia van de leidinggevende(n) voor wiens rekening en risico deinrichting wordt geëxploiteerd;

    2. opgaaf gedaan van de personalia en het adres van iedere overige leidinggevende;

    3. opgaaf gedaan van het adres en de aard van de bedrijfsuitoefening;

    4. overgelegd een niet meer dan drie maanden tevoren ten behoeve van de leidinggevende afgegeven verklaring omtrent het gedrag;

    5. overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan en een plattegrond van de inrichting (schaal 1 : 100).

Artikel 2:74f

Beslistermijn

  1. De burgemeester beslist binnen dertien weken na de datum waarop de aanvraag met bijbehorende bescheiden is ontvangen.

  2. De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. De aanvrager van de vergunning wordt voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld van de verdaging.

  3. In aanvulling op artikel 1:3, tweede lid, van deze verordening is op de aanvraag om een vergunning paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:74g

Weigeringsgronden

  1. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en hiervan niet bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is afgeweken.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 weigert de burgemeester de vergunning als:

    1. voor zover hier om door het bevoegd gezag is verzocht, de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de leidinggevende(n) overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven;

    2. niet voldaan is aan de ingevolge deze afdeling voor de leidinggevenden geldende eisen;

    3. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

  3. De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn oordeel door de aanwezigheid van deinrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van deinrichting nadelig wordt beïnvloed.

  4. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester in ieder geval rekening met:

    1. het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen;

    2. de aard van de inrichting;

    3. de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting;

    4. de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;

    5. de wijze van bedrijfsuitoefening door de leidinggevende(n) van de inrichting in deze of in andere inrichtingen;

    6. de wijze van bedrijfsuitoefening van de inrichting in het verleden.

Artikel 2:74h

Vergunning

  1. In een vergunning worden vermeld:

    1. de natuurlijke of rechtspersoon of -personen aan wie de vergunning is verleend;

    2. de leidinggevenden;

    3. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;

    4. de plaats waar de inrichting zich bevindt;

    5. de situering en de oppervlakten van de lokaliteiten.

  2. vergunning of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig.

Artikel 2:74i

Aanwezigheid leidinggevende

Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting geen leidinggevendeaanwezig is die vermeld staat op een vergunning met betrekking tot die inrichting.

Artikel 2:74j

Intrekkingsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning intrekken, als:

  1. aannemelijk is, dat een leidinggevende van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;

  2. een leidinggevende van de inrichting toestaat dan wel gedoogt, dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd;

  3. zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;

  4. een persoon, die niet als leidinggevende is vermeld op de vergunning die voor de inrichting geldt, leidinggevende is geworden van die inrichting;

  5. de bedrijfsuitoefening van de inrichting voor een periode van langer dan drie maanden is of wordt onderbroken;

  6. niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in of krachtens deze afdeling.

Artikel 2:74k

Vervallen vergunning

De vergunning vervalt indien een vergunning, strekkende ter vervanging van een eerdere vergunning voordezelfde inrichting, is verleend.

Artikel 2:74l

Sluiting van inrichtingen

  1. De burgemeester kan de inrichting - al dan niet voor een bepaalde duur - gesloten verklaren als:

    1. die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;

    2. die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met het bepaalde in deze verordening of met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.

  2. De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.

  3. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeelvoldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

  4. Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot deinrichting toe te laten of daarin te laten verblijven.

  5. Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.

Artikel 2:74m

Toegang opsporingsambtenaren en toezichthouders

De leidinggevende van een inrichting is verplicht ervoor te zorgen dat opsporingsambtenaren, als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering alsmede de ambtenaren die door burgemeester en wethouders of de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot zijn bedrijf:

  1. gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is; dan wel

  2. gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn en als die opsporingsambtenaren/toezichthouders hun vermoeden uiten dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.

Artikel 2:74n

Overgangsbepaling

Op bestaande inrichtingen als bedoeld in artikel 2:74a, eerste lid, is het bepaalde in artikel 2:74b(vergunningplicht) niet van toepassing:

  1. gedurende dertien weken na het in werking treden daarvan;

  2. na afloop van de onder a gestelde termijn, indien binnen deze termijn door een daartoe bevoegde een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:74e is ingediend, totdat op die aanvraag door de burgemeester een besluit is genomen.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Zeist 2025