Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting

Artikel 4:1

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

  2. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  3. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

  4. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

  5. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

  6. geluidsgevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  7. geluidsgevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

  8. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek.

Artikel 4:2

Aanwijzing collectieve festiviteiten

  1. Het college heeft de mogelijkheid om collectieve festiviteiten aan te wijzen. Tijdens deze festiviteiten gelden de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet.

  2. De beperking met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening op sportterreinen als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit geldt niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  3. De aanwijzing als bedoeld in het eerste en het tweede lid kan de gehele gemeente betreffen, of een in de aanwijzing aangegeven gedeelte daarvan.

  4. Het college publiceert ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar in één of meer huis aan huisbladen welke festiviteiten binnen de gemeente of een gedeelte van de gemeente worden aangemerkt als collectieve festiviteit in het nieuwe kalenderjaar.

  5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit direct als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

  6. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 van het Besluit – uiterlijk om 02.00 uur beëindigd.

  7. In afwijking van het zesde lid wordt het buiten de bebouwing ten gehore brengen van de genoemde extra muziek in de nachten van zondag tot en met donderdag uiterlijk om 00.00 uur beëindigd en in de nachten van vrijdag en zaterdag uiterlijk om 01:00 uur beëindigd*.

    *) voor de dag van de préPC, de PC en de Agrarische Dagen wordt de eindtijd genoemd in het zevende lid verschoven naar 02.00 uur, tenzij door het college een andere eindtijd is vastgelegd, zoals bedoeld in het vierde lid.

Artikel 4:3

Kennisgeving incidentele festiviteiten

  1. Het is verboden om zonder ontheffing een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen.

  2. De ontheffing kan een houder van een inrichting worden geweigerd,

    1. indien het maximum aantal ontheffingen per jaar is bereikt;

    2. indien de houder bij een vorige ontheffing de ontheffingsvoorwaarden niet heeft nageleefd;

    3. in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast voor de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting.

  3. Het college kan aan de houder van een in de gemeente gevestigde inrichting maximaal voor twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar ontheffing verlenen van de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit.

  4. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is.

  5. De houder van een inrichting die voornemens is een incidentele festiviteit te houden is verplicht ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit bij het college een ontheffing aan te vragen.

  6. De ontheffing wordt tevens geacht te zijn verleend wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, direct toestaat.

  7. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 van het Besluit –uiterlijk om 02.00 uur beëindigd.

  8. In afwijking van het zevende lid wordt het buiten de bebouwing ten gehore brengen van de genoemde extra muziek in de nachten van zondag tot en met donderdag uiterlijk om 00.00 uur beëindigd en in de nachten van vrijdag en zaterdag uiterlijk om 01:00 uur beëindigd.

  9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen de bebouwing en na de eindtijden als genoemd in het zevende en achtste lid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

  10. De buurtbewoners binnen een straal van 100 meter van de inrichting worden minimaal één week van te voren schriftelijk door de aanvrager geïnformeerd over de geluidsontheffing.

Artikel 4:4

Onversterkte muziek

  1. In afwijking van artikel 2.18, eerste lid, onder f van het Besluit wordt bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit, het ten gehore brengen van onversterkte muziek wel beschouwd;

  2. In afwijking van het eerste lid blijft bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit, voor de duur van 8 uur per week, waarvan maximaal 4 uur per week in de periode van 19.00 tot 22.00 uur, het ten gehore brengen van onversterkte muziek in een inrichting ten behoeve van het oefenen zonder publiek door muziekgezelschappen (zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen e.d.) buiten beschouwing.

Artikel 4:5

Overige geluidhinder

  1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidshinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019