1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

  2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van standplaatsen.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd:

    1. als de standplaats op zichzelf of wegens de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    2. als door bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;

    3. als er sprake is van strijd met het omgevingsplan.

  4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor zover daarin al wordt voorzien door de Omgevingswet of de Provinciale omgevingsverordening.

  5. De weigeringsgrond genoemd in het derde lid onder a, geldt niet voor bouwwerken.