Algemene Plaatselijke Verordening Tiel 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

Artikel 2:40a

Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een openbare inrichting, een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

  2. leidinggevende:

    1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het bedrijf wordt geëxploiteerd;

    2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de exploitatie van het bedrijf;

    3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van het bedrijf.

Artikel 2:40b

Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten

  1. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit artikel 2:40c van toepassing is.

  2. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat.

  3. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.

  4. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.

Artikel 2:40c

Vergunningplicht

Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:

  1. in een door het college op grond van artikel 2:40b aangewezen gebouw of gebied voor door het college benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of

  2. als de uitoefening van het bedrijf een door het college op grond van artikel 2:40b aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.

Artikel 2:40d

Eisen leidinggevenden

Leidinggevenden

  1. hebben de leeftijd van 18 jaar bereikt;

  2. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;

  3. staan niet onder curatele en zijn evenmin uit de ouderlijke macht of de voogdij ontzet.

Artikel 2:40e

Aanvraag om vergunning

  1. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  2. Bij een aanvraag om vergunning wordt tenminste opgaaf gedaan van:

    1. de personalia dan wel zetel en het adres van de leidinggevende voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd;

    2. de personalia en adresgegevens van iedere overige leidinggevende;

    3. het adres en de aard van het bedrijf.

  3. Bij de aanvraag wordt in ieder geval ook overgelegd:

    1. indien van toepassing de verblijfstitel van de leidinggevende;

    2. een bewijs waaruit blijkt dat de leidinggevende gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf is of wordt gevestigd;

    3. indien van toepassing een bewijs waaruit blijkt dat de leidinggevende gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten.

  4. Per bedrijf wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen.

Artikel 2:40f

Beslistermijn

  1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist de burgemeester binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.

  2. De burgemeester kan deze termijn met ten hoogste twaalf weken verlengen.

  3. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40g

Weigeringsgronden

  1. De burgemeester weigert de vergunning als:

    1. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

    2. niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2:40c.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 2:40c weigeren:

    1. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;

    2. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed;

    3. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

    4. als naar zijn oordeel zich in of vanuit het bedrijf feiten hebben voorgedaan of het aannemelijk is dat in de toekomst zich feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde of de woon- of leefsituatie in de omgeving van het bedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    5. de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende in deze of in andere bedrijven daarvoor aanleiding geeft.

Artikel 2:40h

Intrekken of wijzigen van een vergunning

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 trekt de burgemeester de vergunning in als niet langer wordt voldaan aan artikel 2:40d;

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken als:

    1. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;

    2. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

    3. de voorschriften uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit het bepaalde in deze afdeling niet worden nageleefd;

    4. een leidinggevende betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

    5. er strafbare feiten in het bedrijf plaatsvinden of hebben plaatsgevonden;

    6. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

    7. de bedrijfsmatige activiteiten zijn beëindigd of sprake is van een gewijzigde exploitatie;

    8. is gehandeld in strijd met het in deze afdeling bepaalde;

    9. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of

    10. een vergunninghouder daarom verzoekt.

Artikel 2:40i

Sluiting

  1. De burgemeester kan de sluiting van het bedrijf bevelen

    1. als een bedrijf in strijd met artikel 2:40c wordt geëxploiteerd; en

    2. in de situaties als bedoeld in artikel 2:40g, tweede lid.

  2. Het is een ieder verboden om een gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.

  3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede lid.

  4. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Artikel 2:40j

Geboden en verboden leidinggevenden

  1. De vergunninghouder is verplicht elke verandering in de uitoefening van het bedrijf waardoor deze niet langer met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is zo spoedig mogelijk te melden aan de burgemeester.

  2. Het is verboden een bedrijf voor het publiek geopend te houden als in het bedrijf geen leidinggevende aanwezig is die vermeld staat op de vergunning.

Artikel 2:40k

Overgangsbepaling

In afwijking van het eerste lid van artikel 2:40c geldt het aldaar gestelde verbod voor de leidinggevende die op het moment van inwerkingtreding van het in artikel 2:40b genoemde aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Tiel 2025