1. Het is verboden overige middelen ter verjaging van schadelijk gevogelte in werking te hebben dan wel te gebruiken.

  2. Het in lid 1 genoemde verbod geldt niet indien:

    1. de verjagingsmiddelen in werking zijn of gebruikt worden tussen 07.00 uur en 21.00 uur; en

    2. de afstand tot een woning van een derde meer bedraagt dan 25 meter; en

    3. het bronvermogen van één verjagingsmiddel of van de gezamenlijke verjagingsmiddelen niet meer bedraagt dan 95 dB(A).