1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, wordt ingediend:

    1. 8 weken voorafgaande aan een categorie a evenement;

    2. 10 weken voorafgaande aan een categorie b evenement dat is aangemeld voor de evenementenkalender;

    3. 14 weken voorafgaande aan een categorie c evenement of een categorie b evenement dat niet is aangemeld voor de evenementenkalender.

  2. De aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, bevat ten minste:

    1. de plaats waar het evenement wordt gehouden;

    2. de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden;

    3. een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers;

    4. de inrichting van het evenemententerrein;

    5. het activiteitenprogramma met indien van toepassing een programmering;

    6. de mogelijke risico's voor verstoring van de openbare orde en veiligheid;

    7. het veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers en de inzet van beveiligers;

    8. technische gegevens van bouwwerken, waaronder certificaat brandwerendheid materialen en constructietekeningen;

    9. de maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen.

  3. De burgemeester kan bepalen dat de gegevens als genoemd in het tweede lid, onder f tot en met i, niet bij de aanvraag ingediend hoeven te worden.

  4. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens en de aanvullende gegevens, bedoeld in artikel 2.3 en artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

  5. Het college kan in nadere regels afwijken van bovengenoemde indieningstermijnen- en vereisten.