1. Artikel 3:14, aanhef en onder a, is niet van toepassing ten aanzien van personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening aantoonbaar werkzaam zijn als prostituee voor of bij een prostitutiebedrijf:

    1. aan welk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een vergunning voor de uitoefening van dat bedrijf verleend was die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet is ingetrokken of vervallen, of

    2. dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig zonder vergunning werd uitgeoefend en sindsdien onafgebroken is voortgezet.

  2. Artikel 3:8, eerste lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing ten aanzien van een aanvraag om een vergunning voor een seksbedrijf dat onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening:

    1. beschikte over een geldige vergunning voor de uitoefening van dat bedrijf, of

    2. rechtmatig zonder vergunning werd uitgeoefend en sindsdien onafgebroken is voortgezet.