1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:

    1. feesten, bijeenkomsten of andere activiteiten waarbij mensen samenkomen, die plaatsvinden in de tuin of op het achtererf bij een particuliere woning, onder de voorwaarde dat de in de onderstaande tabel opgenomen waarden niet worden overschreden:

      Alle waarden zijn inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie; tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

      * Gemeten op 1,5 meter hoogte.

    2. optredens van zanggroepen, fanfares, drumbands en joekskapellen in de open lucht;

    3. de opening van het theaterseizoen gedurende maximaal een half uur;

    4. de opening van carnaval gedurende maximaal een half uur;

    5. geluidswagens in de bebouwde kom;

    6. gasluchtkanonnen in gebruik in het buitengebied tussen 1 uur voor zonsopgang en 1 uur na zonsondergang om dieren die schade veroorzaken te verjagen ter bescherming van gewassen, onder de volgende voorwaarden:

      1. de afstand van het gasluchtkanon tot het dichtst bijgelegen geluidsgevoelige object van derden is zo groot mogelijk, met dien verstande dat de afstand minimaal 300 meter is;

      2. het gasluchtkanon is van het geluidsgevoelige object af gericht;

      3. de afstand tussen het gasluchtkanon en de openbare weg is tenminste 50 meter;

      4. het door het gasluchtkanon veroorzaakte equivalente geluidsniveau is niet hoger dan 95 dB(A) op vijf meter afstand van het gasluchtkanon of niet hoger dan een afgeleid berekend geluidsniveau op een andere afstand;

      5. gebruik en bediening van het gasluchtkanon is enkel toegestaan aan grondgebruikers en jagers van de wildbeheereenheden;

      6. alle aanwijzingen van ambtenaren van gemeente, brandweer en politie worden stipt en direct opgevolgd.

  4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.