1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan Peel en Maas en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

  2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar waarvan in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 22.239 uit het Omgevingsplan Peel en Maas niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

  3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.

  4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

  5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

  6. Het langtijdgemiddeld geluidsniveau LAr, LT veroorzaakt door de inrichting tijdens de incidentele festiviteiten als bedoeld in lid 1 bedraagt niet meer dan:

    Alle waarden zijn inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie; tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

    * Gemeten op 1,5 meter hoogte

  7. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek. De bedrijfsduurcorrectie en muziekcorrectie worden buiten beschouwing gelaten.

  8. - Vanaf 02:00 uur zijn de normen als bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69 uit het Omgevingsplan Peel en Maas weer van toepassing.

  9. Op de incidentele festiviteiten (dagen) als bedoeld in het eerste lid geldt de mogelijkheid om meer versterkte en onversterkte muziek te produceren alleen voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor het terras of een buitenterrein behorende bij de inrichting.

  10. Tijdens de festiviteit als bedoeld in lid 1 blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.