1. Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.

  2. Indien, naar het oordeel van het college overlast wordt veroorzaakt, kan het college maatregelen opleggen ter voorkoming of beperking van de overlast.

  3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale verordening beheer en schadebestrijding dieren.