1. Indien vaste mest, gebruikt substraatmateriaal, afgedragen gewas of bloembollenafval gedurende een half jaar of langer wordt opgeslagen, vindt die opslag plaats op een mestdichte vloer met opstaande randen of een ten minste gelijkwaardige voorziening. Uitzakkend vocht kan niet in contact treden met de bodem en het oppervlaktewater en wordt bewaard in een vloeistofdichte opslagruimte of vloeistofdichte voorziening. Een andere manier van opslag is verboden.

  2. Indien vaste mest, gebruikt substraatmateriaal, afgedragen gewas of bloembollenafval langer dan twee weken, maar korter dan een half jaar op een locatie wordt opgeslagen, vindt de opslag in elk geval plaats water- en luchtdicht afgedekt, zodanig dat dat contact met hemelwater en stank- en vliegenoverlast wordt voorkomen. Een andere manier van opslag is verboden.

  3. De opslag van vaste mest, veevoeder in de open lucht, gebruikt substraatmateriaal, afgedragen gewas en bloembollenafval vindt in elk geval plaats op ten minste 5 meter vanaf de insteek van het oppervlaktewater. Een andere manier van opslag is verboden.

  4. De opslag van vaste mest, gebruikt substraatmateriaal, afgedragen gewas of bloembollenafval of de locatie waar plantaardig restmateriaal wordt gecomposteerd, vindt in elk geval plaats op ten minste 50 meter van een woning. Een andere manier van opslag is verboden.