Algemene plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3. Evenementen
Paragraaf Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen
Paragraaf [vervallen]
Paragraaf Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Paragraaf Afdeling 11. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen en dergelijke
Paragraaf Afdeling 1. Begripsbepalingen
Afdeling Seksinrichtingen, straatsekswerk, sekswinkels en dergelijke
Afdeling Beslistermijn, weigeringsgronden en intrekkingsgronden
Afdeling Bedrijfsplan en verdere verplichtingen
Afdeling Beëindiging exploitatie en wijziging beheer
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 3. Evenementen

Artikel 2:24

Definities

  1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

    1. bioscoop- en theatervoorstellingen, tenzij dit in de openlucht (of openbare ruimte) plaatsvindt;

    2. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

    3. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    4. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;

    5. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    6. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 van deze verordening;

    7. sportwedstrijden, voor zover deze niet op de weg, openbare plaats of openbaar water plaatsvinden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder g.

  2. Onder evenement wordt mede verstaan:

    1. een herdenkingsplechtigheid;

    2. een braderie;

    3. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de weg;

    4. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

    5. een straatfeest of buurtbarbecue op een dag;

    6. een snuffelmarkt;

    7. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  3. Evenemententerrein: de ruimte die in de evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daarnaar te kijken of eraan deel te nemen.

  4. Evenementenkalender: het jaarlijks door het college vastgestelde overzicht van te houden evenementen.

  5. Onder geluidniveau wordt verstaan, hetgeen gemeten wordt volgens de wijze van geluid meten als beschreven in artikel 4:4.

  6. Deze afdeling kent de navolgende categorieën evenementen:

    1. evenementen in categorie 1: alle evenementen met alleen onversterkte muziek en een eindtijd van maximaal 20.00 uur en alle evenementen met elektronisch versterkt geluid met een maximaal toegestaan geluidniveau van 70 dB(A) en 80 dB(C) op de gevels van woningen van derden of andere geluidgevoelige objecten en een eindtijd van maximaal 20.00 uur. Indien de gevel op grotere afstand ligt dan 25 m, geldt de norm op 25 m van de geluidbron. In afwijking van het voorgaande geldt voor toneelvoorstellingen dat deze ook na 20.00 uur in categorie 1 blijven. Hiervoor geldt dan een eindtijd zoals bij categorie 2a;

    2. evenementen in categorie 2a: evenementen categorie 1 welke na 20.00 uur voortduren (met uitzondering van toneelvoorstellingen) en evenementen met een maximaal toegestaan geluidniveau van 80 dB(A) en 90 dB(C) op de gevels van woningen van derden of andere geluidgevoelig objecten indien het geluid wordt voortgebracht door live optredende artiesten en een eindtijd van zondag tot en met donderdag tot uiterlijk 23.00 uur, op vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 24.00 uur. De burgemeester kan in bijzondere gevallen een eerdere of een latere eindtijd vaststellen;

    3. evenementen in categorie 2b: evenementen met een maximaal toegestaan geluidniveau van 85 dB(A) en 95 dB(C) op de gevels van woningen van derden of andere geluidgevoelige objecten.

      Tijdens de viering van Koningsnacht en Koningsdag, de Lakenfeesten en Werfpop: evenementen met een maximaal toegestaan geluidniveau van 85 dB(A) en 97 dB(C) op de gevels van woningen van derden of andere geluidgevoelige objecten. De burgemeester kan in bijzondere gevallen een eerdere of een latere eindtijd vaststellen;

    4. evenementen in categorie 3: evenementen met een maximaal toegestaan geluidniveau van 90 dB(A) en 100 dB(C) op de gevels van woningen van derden of andere geluidgevoelige objecten en een eindtijd van zondag tot en met donderdag tot uiterlijk 23.00 uur, op vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 24.00 uur tot een maximum van vier in de evenementenkalender aan te wijzen evenementen per jaar. De burgemeester kan in bijzondere gevallen een eerdere of een latere eindtijd vaststellen.

  7. Kalenderprocedure: de door het college vastgestelde nadere regels voor het doen van reservering voor de evenementenkalender.

Artikel 2:25

Evenementenvergunning

  1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te houden of te doen houden. De burgemeester kan categorieën evenementen aanwijzen waarvoor alleen een meldingsplicht geldt.

  2. De burgemeester kan bij de beoordeling van een aanvraag om vergunning de volgende belangen in aanmerking nemen:

    1. de mate waarin door het evenement beslag wordt gelegd op de ruimte, de tijd en de hulpdiensten;

    2. het aantal bezoekers dat wordt verwacht;

    3. of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie;

    4. of er gevaar bestaat voor de openbare orde, gezondheid of veiligheid, waaronder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijkheden;

    5. of er gevaar bestaat voor belemmeringen van het verkeer;

    6. of er gevaar bestaat voor een onevenredige belasting van het woon- of leefklimaat in de omgeving van het evenement;

    7. of er gevaar bestaat voor verontreiniging, aantasting van het uiterlijk aanzien van de stad, beschadiging van de groenvoorzieningen of van voorzieningen voor het openbaar nut;

    8. of de organisator voldoende waarborgen biedt of kan bieden voor een goed verloop van het evenement;

    9. of de organisator voldoende waarborgen biedt om de schade aan het milieu te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken.

  3. De burgemeester kan de vergunning weigeren ter bescherming van de in het tweede lid genoemde belangen, dan wel aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden met het oog op de in het tweede lid bedoelde belangen en ter verzekering van de nakoming van deze voorschriften in de vergunning bepalen dat een borgsom moet worden verstrekt voordat het evenement wordt gehouden.

  4. Op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt beslist:

    1. binnen drie weken na ontvangst van een aanvraag indien het een categorie 1 evenement betreft en:

      1. het evenement niet langer duurt dan één dag;

      2. straten en wegen niet worden afgesloten;

      3. er geen alcoholische dranken worden verstrekt;

      4. er geen tijdelijke bouwwerken worden geplaatst.

    2. binnen drie weken na ontvangst van de aanvraag met dien verstande dat de beslissing op de aanvraag uiterlijk twee weken voor aanvang van het evenement aan de aanvrager wordt bekendgemaakt indien het een evenement betreft in categorie 1, anders dan onder a.;

    3. binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag met dien verstande dat de beslissing op de aanvraag uiterlijk vier weken voor aanvang van het evenement aan de aanvrager wordt bekendgemaakt indien het een evenement betreft in categorie 2a, 2b of 3. De burgemeester kan in bijzondere gevallen van de hiervoor onder b. en c. vermelde beslistermijn afwijken.

  5. Voor het op het evenemententerrein verrichten van activiteiten die op grond van deze of een andere gemeentelijke verordening vergunningplichtig zijn, heeft de houder van de vergunning voor het evenement, tijdens de duur van het evenement, geen afzonderlijke vergunning nodig, mits die activiteiten zijn vermeld in de vergunning als bedoeld in het eerste lid.

  6. Het is aan anderen dan de vergunninghouder verboden, op het evenemententerrein activiteiten te verrichten, waarvoor krachtens enige publiekrechtelijke regelgeving vergunning is vereist en welke activiteiten zijn vermeld in de vergunning als bedoeld in het tweede lid, tenzij die anderen met de houder van de vergunning een overeenkomst hebben gesloten en zij zich jegens de vergunninghouder hebben verbonden de voorschriften en beperkingen, welke aan de vergunning zijn verbonden, in acht te nemen.

  7. Indien derden met de vergunninghouder een overeenkomst hebben gesloten als in het zesde lid bedoeld, is het bepaalde in het vijfde lid op hen van overeenkomstige toepassing.

  8. Het verbod als bedoeld in het zesde lid geldt niet voor activiteiten die reeds krachtens een voor onbepaalde tijd dan wel voor een periode langer dan drie maanden verleende vergunning voor aan een specifieke plaats gebonden handelingen op het evenemententerrein plaatsvinden, tenzij in die vergunning anders is bepaald.

  9. De vergunninghouder die een evenement organiseert of degene die er de feitelijke leiding bij heeft, is, indien de burgemeester een bevel geeft met het oog op het waarborgen van de in het tweede lid bedoelde belangen, verplicht daaraan gevolg te geven en, indien nodig, het evenement onmiddellijk te beëindigen, waarbij hij dan ook verplicht is ervoor te zorgen dat er geen publiek meer wordt toegelaten.

  10. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto artikel 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  11. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:26

Ordeverstoring

Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020