1. Het is verboden op of aan de weg te vervoeren, bij zich te hebben of anderszins voorhanden te hebben kerstbomen, autobanden, vuurwerk dan wel andere voorwerpen of stoffen met het kennelijke doel deze of dat tot ontbranding te brengen dan wel voor dat doel op te slaan.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet:

    1. als ter plaatse ten genoegen van een ambtenaar aangewezen in de artikelen 141 of 142 van het Wetboek van Strafvordering wordt aangetoond dat het vervoer en/of de opslag van genoemde voorwerpen of stoffen geschiedt voor andere doeleinden dan die welke in het eerste lid worden genoemd;

    2. voor het bij zich hebben en tot ontbranding te brengen van consumentenvuurwerk tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar;

    3. als voor het verbranden een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 5:34, derde lid.