1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:

    1. de opsporingsambtenaren als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering;

    2. de toezichthouders van Stichting Het Zuid-Hollands Landschap, domein 2 Milieu en Welzijn;

    3. de krachtens artikel 18.6 van de Omgevingswet aangewezen personen;

    4. de toezichthouders van de vereniging Natuurmonumenten, domein 2 Milieu en Welzijn;

    5. de toezichthouders van de Provincie Zuid-Holland;

    6. de toezichthouders van Rijkswaterstaat;

    7. de toezichthouders van Staatsbosbeheer;

    8. de toezichthouders van het Waterschap Hollandse Delta;

    9. de toezichthouders van Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en Omgevingsdienst Haaglanden;

    10. de toezichthouders van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond.

  2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.