1. Het equivalente geluidsniveau gedurende 1 minuut (LAeq,1 min) tijdens een collectieve of incidentele festiviteit, veroorzaakt door muziekgeluid of stemgeluid afkomstig van het niet bebouwde deel van de inrichting mag tussen 09.00 en 23.45 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedragen dan 85 dB(A).

  2. De geluidswaarde als bedoeld in het eerste lid is inclusief onversterkte muziek, waarbij geen verhoging van 10 dB vanwege muziekgeluid plaatsvindt en tevens de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing wordt gelaten.

  3. Burgemeester en wethouders kunnen voor het gestelde in het eerste lid en tweede lid ontheffing verlenen