Algemene plaatselijke verordening Deventer BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Afdeling
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg en andere openbare plaatsen
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 13. Vuurwerk
Paragraaf Afdeling 14. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1. Burgemeestersbevoegdheden
Paragraaf Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieu verontreiniging
Paragraaf Afdeling 3. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Paragraaf Afdeling 4. Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 1. Parkeerexcessen

Artikel 5:1

Begripsbepalingen

  1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    1. aanhangwagens;

    2. bromfiets;

    3. fiets;

    4. motorvoertuig;

    5. parkeren;

    6. dat wat daaronder wordt verstaan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

  2. Voertuig: voertuigen als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990), met uitzondering van fietsen, bromfietsen en trams.

Artikel 5:2

Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

  1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

    1. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

    2. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

  2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

    1. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;

    2. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

  3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

    1. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 10 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;

    2. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

  4. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.

Artikel 5:3

Te koop aanbieden van voertuigen

  1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

  2. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.

Artikel 5:4

Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Artikel 5:5

Voertuigwrakken

  1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

  2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5:6

Kampeermiddelen e.a.

  1. Het is met het oog op de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente het hinderlijk uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit direct nabijgelegen woningen verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt, alsmede een aanhangwagen, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg of een andere openbare plaats te plaatsen of te hebben .

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod, tenzij de aanwezigheid van dat voertuig of die aanhangwagen naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte, het uiterlijk aanzien van de gemeente of hinder voor omwonenden.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:7

Parkeren van reclamevoertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:8

Parkeren van grote voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2.40 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

  3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.

  4. De verboden in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto's, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op een openbare plaats worden geplaatst of gehouden.

  5. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

  6. Dit artikel is niet van toepassing op de bebouwde kom van Deventer (stad).

Artikel 5:8a

Parkeren van grote voertuigen bebouwde kom Deventer (stad)

  1. 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6.00 meter of een hoogte van meer dan 2.40 meter op een openbare plaats binnen de bebouwde kom van Deventer of bebouwde kom van Colmschate te parkeren.

  2. Het verbod geldt niet:

    1. voor autobussen in lijndienst;

    2. gedurende de tijd die nodig is voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor het gebruik van het voertuig redelijkerwijs noodzakelijk is;

    3. op een door het college aangewezen openbare plaats.

    4. Voor campers, kampeerauto's, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op een openbare plaats worden geplaatst of gehouden.

    5. gedurende een markt als bedoeld in Hoofdstuk 2 van de Verordening fysieke leefomgeving, de opbouw en afbouw van de markt daaronder begrepen, voor voertuigen die zijn geparkeerd in verband met de exploitatie van standplaatsen op die markt;

    6. gedurende een evenement als bedoeld in artikel 2:24, de op- en afbouw van het evenement daaronder begrepen, voor voertuigen die zijn geparkeerd in verband met het evenement.

    7. voor bestelauto's als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 5:9

Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2.40 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

  2. Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:10

Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen

[gereserveerd]

Artikel 5:11

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  1. Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.

  2. Het verbod is niet van toepassing:

    1. op de weg;

    2. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid;

    3. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

  3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:12a

Deelvoertuigen

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college op een openbare plaats een deelvoertuig bedrijfsmatig ter gebruik aan derden aan te bieden.

  2. Het college kan onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 de vergunning als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren, intrekken, wijzigen, of schorsen, indien:

    1. Een door het college vastgesteld vergunningenplafond of voertuigenplafond door het verlenen van de vergunning zou worden overschreden; of

    2. het ter gebruik aanbieden van de deelvoertuigen:

      1. gevaar en/of hinder oplevert voor de veiligheid van het verkeer of de veiligheid van andere weggebruikers of de veiligheid of bruikbaarheid van de openbare plaats;

      2. hinder veroorzaakt voor het woon- en/of leefklimaat;

      3. een nadelige invloed heeft op het milieu;

      4. onevenredig beslag legt op de openbare plaats;

      5. afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare plaats;

      6. gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid.

    3. De aanvraag wordt ingediend voor andere categorieën of typen deelvoertuigen dan waarop deze nadere regels betrekking hebben of voor een langere duur dan waarvoor vergunning kan worden aangevraagd.

  3. Het plafond ter zake van het aantal vergunningen en aantal voertuigen;

    1. Het plafond ter zake van het aantal vergunningen en aantal voertuigen;

    2. de procedure voor het verkrijgen van een vergunning voor het aanbieden van deelvoertuigen.

  4. Het college kan wegen, weggedeelten of andere openbare plaatsen aanwijzen waar deelvoertuigen als bedoeld in artikel 1:1niet mogen worden geplaatst en/of ter gebruik worden aangeboden.

  5. In afwijking van artikel 1:7 wordt een vergunning verleend voor de duur van maximaal twee jaar.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Deventer