De burgemeester kan in het geval dat de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden, besluiten dat spoedeisende werkzaamheden met betrekking tot het in of op openbare gronden aanleggen, in stand houden of opruimen van kabels en leidingen op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden. Onder kabels en leidingen wordt datgene verstaan dat opgenomen is in artikel 1.7 van Bijlage 1 bij de Verordening fysieke leefomgeving.