1. De burgemeester is bevoegd een persoon schriftelijk het verbod op te leggen zich op te houden in een door hem aangewezen gebied in de omgeving van het stadion vanaf 4 uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot 2 uur na afloop van voetbalwedstrijden van de organisator. Het verbod geldt voor een bepaalde periode welke niet langer is dan 2 jaar.

  2. De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het vorige lid bedoelde verbod, nadat vast is komen te staan dat de persoon de openbare orde in het stadion of in de omgeving van het stadion heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de organisator wordt gespeeld.

  3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid kan ook worden opgelegd aan personen aan wie een stadionverbod is opgelegd.