1. De burgemeester kan degene die in een op grond van artikel 2:54, eerste lid, aangewezen overlastgebied een van de volgende artikelen overtreedt of feiten of handelingen begaat, bevelen om zich daar voor de duur van 24 uur niet meer te bevinden:

    1. artikel 2:1 eerste, tweede en derde lid;

    2. artikel 2:26

    3. artikel 2:42 eerste of tweede lid;

    4. artikel 2:47, eerste lid onder a of b;

    5. artikel 2:48 eerste lid;

    6. artikel 2:50

    7. artikel 2:74d;

    8. artikel 131 Wetboek van Strafrecht;

    9. artikel 350 Wetboek van Strafrecht;

    10. artikel 426 Wetboek van Strafrecht;

    11. zakkenrollerij;

    12. geweldsdelicten pleegt;

    13. diefstallen uit auto’s op of aan de weg pleegt, of

    14. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft.

  2. De burgemeester kan degene die in een overlastgebied een van de in het eerste lid genoemde overtredingen pleegt, bevelen om zich uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar niet meer te bevinden:

    1. voor de duur van één maand als hem binnen een periode van één jaar tweemaal een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven;

    2. voor de duur van drie maanden als binnen een jaar, nadat hem een bevel als bedoeld onder a is gegeven, hij opnieuw één van de in het eerste lid genoemde overtredingen pleegt;

    3. voor de duur van drie maanden als binnen een jaar, nadat hem een bevel als bedoeld onder en d en c. is gegeven, hij opnieuw één van de in het eerste lid genoemde overtredingen pleegt.