1. Overtreding van alle verbodsbepalingen, gegeven voorschriften en beperkingen in de hoofdstukken 2 tot en met 5 (uitgezonderd de in artikel 6:1 onder 2 genoemde artikelen) en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

  2. Overtreding van het bij of op grond van de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: 2:46, 2:51, 2:52, 2:64, 5:11, 5:12.

  3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of op grond van de artikelen 2:11, lid 1 en 2:12, lid 1 als er sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit.

  4. In geval van overtreding van de op grond van artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.