(wijkt af van tekst VNG model)
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester te exploiteren:
een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid;
een bedrijf in een op grond van artikel 2:81, tweede lid aangewezen gebouw of gebied, of bedrijfsactiviteiten die op grond artikel 2:81, tweede lid zijn aangewezen
-
De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan of voorbereidingsbesluit.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
zorginstelling;
school;
museum; of
bedrijfskantine of – restaurant;
ijssalon;
rouwcentrum;
kerk.
-
De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet en reeds beschikken over een geldige alcoholvergunning, indien:
zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en-handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.
-
De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.
-
Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid beslist de burgemeester binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid.
-
De vergunning wordt aangevraagd door de leidinggevende zoals bedoeld in artikel 2:27, vierde lid. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een daarvoor bestemd formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd bij het aanvraagformulier:
de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de leidinggevende(n), zoals bedoeld in artikel 2:27, vierde lid;
het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
een uittreksel handelsregister van de Kamer van Koophandel (niet ouder dan 3 maanden);
een ingevuld vragenformulier Bibob en de daarbij behorende bijlagen;
een kopie van het bewijs van inschrijving bij de Belastingdienst;
een Verklaring Omtrent het Gedrag van de leidinggevende(n) (niet ouder dan 3 maanden);
kopie(ën) van (een) geldige arbeidsovereenkomst(en) van de leidinggevende(n) die vermeld word(t)(en) in de vergunning;
een afschrift van de huur-, pacht- of koopovereenkomst van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
een bedrijfsplan over de werkzaamheden, de te verkopen producten, de exploitatievorm, de gewenste sluitingstijden en de doelgroep(en);
een tekening van schaal 1:100 van de inrichting met de maten in meters, vloeroppervlakte in m², indeling en functies van de ruimten en de situering en oppervlakte van het terras.
-
Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde leidinggevende in het bedrijf aanwezig is.
-
De leidinggevende zoals bedoeld in artikel 2:27, vierde lid, is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor dit niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen één maand, aan de burgemeester te melden en een wijziging van zijn vergunning aan te vragen. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning als het bedrijf aan de vereisten voldoet. Indien niet binnen een maand na de verandering van omstandigheden een aanvraag wordt ingediend, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Een bestaande vergunning vervalt zodra de vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, in werking treedt.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid intrekken of wijzigen:
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;
indien het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
indien de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is;
indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan;
indien de bedrijfsmatige activiteiten door de leidinggevende zijn beëindigd.