1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit, zoals die wet en dat besluit luidden voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Indien sprake is van geluidhinder die wordt veroorzaakt door werkzaamheden aan of gerelateerd aan het spoor, is het verbod van lid 1 niet van toepassing maar stelt de aanvrager tenminste 10 werkdagen voorafgaand aan de werkzaamheden, het college in kennis met een digitale of schriftelijke melding.

  4. Het college kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten de werkzaamheden als bedoeld in het derde lid te verbieden, dan wel daaraan nadere voorwaarden te verbinden, indien door die werkzaamheden de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  5. Indien sprake is van bouwlawaai is het verbod van lid 1 niet van toepassing maar wordt toepassing gegeven aan de Circulaire Bouwlawaai 1991.

  6. Het verbod is niet van toepassing als de activiteit bij of krachtens de Omgevingswet is toegelaten, of sprake is van een situatie waarin wordt voorzien bij of krachtens de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties of het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

    (wijkt af van VNG-model)