1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op:

    1. speelcasino’s, waarvoor op grond van artikel 27h van de Wet op de kansspelen een vergunning is verleend;

    2. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b van de Wet op de kansspelen een vergunning is verleend ;

    3. speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;

    4. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen of de handeling als in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.

    5. de door het bevoegde bestuursorgaan aangewezen soorten speelgelegenheden.

      (wijkt af van VNG-model)