1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en daarbij op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

  2. Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3, van de Wet op de economische delicten: 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid, 4:11, eerste lid.

  3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen 2:3 en 2:68.