1. De rechthebbende is verplicht de nummeraanduiding, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet BAG, binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college aan te brengen.

  2. Tenzij door het college anders is besloten, is de rechthebbende van een adresseerbaar object verplicht de in het eerste lid genoemde nummeraanduiding, alsmede daarmee verband houdende verwijs- en verzamelborden aan te brengen op een wijze die voldoet aan NEN-norm 1772 en 1773.

  3. Indien een adresseerbaar object nog niet is voltooid, wordt de nummeraanduiding binnen vier weken na voltooiing aangebracht.

  4. Het college kan de in de eerste en derde lid genoemde termijn verlengen.

  5. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting, straatnaamborden, daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, wijkaanduidingen, aanduidingen voor brandkranen en brandputten worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  6. Het is verboden enige aanduiding als bedoeld in het eerste en vijfde lid, te verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te maken.

  7. Het zesde lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

  8. Het in het zesde lid bepaalde geldt niet voor de rechthebbende op een bouwwerk die met inachtneming van het door het college vastgestelde nummeraanduiding de aanduiding hiervan in afwijkende vorm wenst aan te brengen mits ook dan wordt voldaan aan het bepaalde in het tweede lid.