De handelaar, als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of voor een voor hem handelend persoon is verplicht:

  1. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen van:

    1. het feit dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn naam, adres, woonplaats, geboortedatum en geboorteplaats en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;

    2. van een verandering van de hierboven bedoelde adressen;

    3. het feit dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;

    4. het feit dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan.

  2. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of (digitale) register ter inzage te geven;

  3. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;

  4. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste zeven dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.