Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bernheze 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Hoofdstuk Regulering sekswerk en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling Voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting
Afdeling Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Vergunning seksbedrijf

Artikel 3.4

Vergunning

  1. Het is verboden een seksbedrijf te exploiteren of de exploitatie te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

  2. Op een volledig ingediende vergunningsaanvraag wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

  3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

  4. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend.

  5. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld.

  6. Een vergunning voor een seksbedrijf wordt verleend voor de duur van 10 jaar.

  7. Na afloop van de 10 jaar vindt een herbeoordeling plaats, waarbij wordt gekeken of de vergunning kan worden verlengd.

  8. Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op thuissekswerk, mits wordt voldaan aan de volgende voorschriften en beperkingen:

    1. maximaal twee ter plaatse ingeschreven bewoners mogen sekswerk in de woning verrichten;

    2. de sekswerker staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het woonadres waar het sekswerk plaatsvindt;

    3. De sekswerker is verplicht als zelfstandig ondernemer te zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel op het woonadres waar het sekswerk wordt verricht;

    4. afdracht van verdiensten uit thuissekswerk aan een derde is niet toegestaan;

    5. er is geen sprake van bemiddeling door derden, met uitzondering van advertentiesites waar de sekswerker zelf adverteert;

    6. Het is verboden sekswerk te verrichten indien dit leidt tot aantasting van het woon- en leefklimaat, verstoring van de openbare orde of strijd met de geldende omgevingsplan;

    7. de sekswerker ontvangt tussen 01.00 uur 's nachts en 06.00 uur 's ochtends geen klanten in de woning.

  9. Het college kan met het oog op de belangen bepaald in artikel 1:7 en artikel 3:9, tweede lid, van deze verordening nadere regels stellen over de voorschriften en beperkingen ten aanzien van thuissekswerk.

Artikel 3.5

Beperken aantal vergunningen

  1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het totaal aantal seksbedrijven waarvoor een vergunning kan worden verleend. Hierbij kan worden bepaald dat een maximum slechts geldt voor bepaalde soorten seksbedrijven.

  2. Voor het uitoefenen van raam- en straatsekswerk wordt geen vergunning verleend.

Artikel 3.6

Aanvraag

  1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier.

  2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

    1. de persoonsgegevens van de exploitant;

    2. een kopie van een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant;

    3. het nummer van inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

    4. het telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

    5. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;

    6. de persoonsgegevens van de beheerder(s);

    7. een kopie van een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de beheerder(s);

    8. arbeidscontracten afgesloten met alle beheerders;

    9. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

    10. indien van toepassing: het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;

    11. een document waaruit blijkt wat de juridische relatie is van de exploitant met het pand, bijvoorbeeld een huurovereenkomst, eigendomsbewijs of pachtovereenkomst;

    12. indien van toepassing: een plattegrond van het seksbedrijf en de seksinrichting met een schaal van 1:100 met daarop duidelijk aangegeven de inrichting en de bestemming van de werkruimten;

    13. indien van toepassing: een situatietekening van de plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting met een schaal van tenminste 1:1000;

    14. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant en/of de beheerder(s) een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant of beheerder(s) verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;

    15. het bedrijfsplan.

  3. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

Artikel 3.7

Bedrijfsplan

  1. Een seksbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:

    1. Op het gebied van hygiëne;

    2. Ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerkers;

    3. Ter bescherming van de gezondheid van de klanten;

    4. Ter voorkoming van strafbare feiten.

  2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, waarborgen dat:

    1. De hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;

    2. Inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor de sekswerkers;

    3. In de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met CE-markering en glijmiddel voor gebruik beschikbaar zijn;

    4. In de werkruimten voor de sekswerkers een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is en duidelijk is welke maatregelen worden genomen indien dit alarm afgaat;

    5. De sekswerkers zich op zelf besloten tijden regelmatig laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van dergelijk onderzoek;

    6. De sekswerker niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;

    7. De sekswerker vrij is in de keuze van de arts(en) die de sekswerker wil bezoeken;

    8. De sekswerker klanten en diensten kan weigeren zonder dat dit gevolgen heeft voor andere werkzaamheden;

    9. De sekswerker kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dit gevolgen heeft voor de werkzaamheden;

    10. Aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;

    11. De exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de sekswerker(s) voordat deze voor of bij de exploitant gaat werken, teneinde vast te stellen of de sekswerker(s) voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in het bedrijfsplan;

    12. De exploitant voor elke voor of bij de exploitant werkzame sekswerker kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden de sekswerker diensten aanbiedt;

    13. De exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de sekswerker(s) niet door derden gedwongen wordt tot sekswerk en dat de exploitant in dit kader informatie van hulpverleningsorganisaties ter beschikking stelt;

    14. De exploitant aan de voor of bij de exploitant werkzame sekswerker(s) informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een sekswerker wil stoppen met sekswerk;

    15. De overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting beperkt wordt.

  3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning.

  4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegd bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.

  5. De rechten voor sekswerkers, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een de sekswerker begrijpelijke taal uitgereikt aan elke sekswerker die werkzaam is voor of bij de exploitant.

  6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen, waaronder het Nederlands, en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een sekswerker klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol en drugs te gebruiken.

Artikel 3.8

Gedragseisen exploitant en beheerder(s)

  1. De exploitant en beheerder:

    1. Staan niet onder curatelen en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij;

    2. Zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;

    3. Hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt.

  2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en beheerder niet:

    1. Met toepassing op artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;

    2. Binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;

    3. Binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

      • Bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

      • De artikelen 137c t/m 137g, 140, 197 a t/m c, 240b, 242 t/m 249, 252, 273f, 300 t/m 303, 416, 417, 417 bis, 420bis t/m 420quinquies, 426, 429quater en 430b van het Wetboek van Strafrecht;

      • Artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

      • De artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

      • De artikelen 2 en 3 van de Wet op de Weerkorpsen;

      • De artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

  3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld:

    1. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf.

    2. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;

  4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:

    1. Bij de weigering van een vergunning gerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;

    2. Bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

  5. De exploitant of beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegd bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning) is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat de exploitant ter zake geen verwijt treft.

Artikel 3.9

Weigeringsgronden

  1. De vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning), eerste lid, wordt geweigerd indien:

    1. De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en) – of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.8 (gedragseisen exploitant en beheerder(s)) gestelde eisen;

    2. De vestiging of exploitatie van een seksbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan;

    3. Er aanwijzingen zijn dat voor het seksbedrijf personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of verblijven of werken in strijd met het bepaalde of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 of dat personen tewerkgesteld (zullen) zijn die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, of slachtoffer zijn van mensenhandel;

    4. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    5. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden voorschriften;

    6. Als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3.7 (bedrijfsplan), eerste en tweede lid;

    7. Als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3.18 (aanwezigheid beheerder), eerste en tweede lid, gestelde verplichtingen zal naleven;

    8. Een maximum zoals bedoeld in artikel 3.5 (beperken aantal vergunning) is vastgesteld en dit maximum is bereikt;

    9. Als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een seksbedrijf waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend;

    10. Als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3.6, tweede lid (aanvraag) gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen;

    11. De vergunning aangevraagd is voor de exploitatie van een raamsekswerkbedrijf.

  2. De vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning), eerste lid, kan worden geweigerd:

    1. In het belang van de openbare orde;

    2. In het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

    3. In het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de woon- en leefklimaat;

    4. In het belang van de veiligheid van personen of goederen;

    5. In het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid;

    6. In het belang van de gezondheid of zedelijkheid;

    7. In het belang van de arbeidsomstandigheden van de sekswerker(s);

    8. Indien niet is voldaan aan het gestelde in de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3.22 (nadere regels).

Artikel 3.10

Eisen met betrekking tot vergunning

  1. De vergunning vermeldt in ieder geval:

    1. de naam van de exploitant;

    2. voor zover van toepassing, die van de beheerder(s);

    3. voor welke activiteit de vergunning is verleend;

    4. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

    5. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend;

    6. het telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

    7. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;

    8. de geldigheidsduur van de vergunning;

    9. het nummer van de vergunning.

  2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in het seksbedrijf waarvoor de vergunning mede is verleend.

Artikel 3.11

Intrekkingsgronden

  1. De vergunning wordt ingetrokken als:

    1. De verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

    2. De vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

    3. Is gehandeld in strijd met de artikelen 3.7 (bedrijfsplan), 3.14 (sluitingstijden), 3.17 (eisen sekswerker) en 3.18 (aanwezigheid beheerder);

    4. Zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

    5. Zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.9 (weigeringsgronden);

    6. De vergunninghouder dat verzoekt;

    7. De uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan;

  2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:

    1. Is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

    2. In verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereisten is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

    3. Een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;

    4. Is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;

    5. Er is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregel;

    6. Zich binnen het seksbedrijf of de seksinrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten;

    7. De exploitant of beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

    8. Er binnen het seksbedrijf of de seksinrichting personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk veroordeeld zijn voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

    9. Gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 3.12

Melding gewijzigde omstandigheden

De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:10, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.

Artikel 3.13

Verlenging vergunning

  1. Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de artikelen 3.4 (vergunning), 3.5 (beperking aantal vergunningen), 3.6 (aanvraag), 3.7 (bedrijfsplan) derde lid, 3.8 (gedragseisen) 3.9 (weigeringsgronden) en 3.10 (eisen met betrekking tot de vergunning) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegde bestuursorgaan al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden.

  2. Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om verlenging is besloten.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bernheze 2025