1. De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3.4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van het seksbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

  2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan.

  3. Bij beëindiging van het seksbedrijf vervalt de exploitatievergunning, tenzij de rechtsopvolger van de vergunninghouder vóór overdracht van het seksbedrijf een ontvankelijke aanvraag voor een exploitatievergunning heeft ingediend.

  4. Behoudens het geval dat zwaarwegende feiten of omstandigheden zich daartegen verzetten, blijft de vergunning in dat geval van kracht, totdat op de aanvraag een besluit is genomen.