1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.6 (evenementen) en artikel 3.4, tweede lid (seksinrichtingen), binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  3. Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid en tweede lid bedoelde termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.