Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bernheze 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Hoofdstuk Regulering sekswerk en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling Voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting
Afdeling Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Regulering sekswerk en aanverwante onderwerpen

Artikel 3.1

Afbakening

De artikelen 1.2 en 1.4 tot en met 1.7 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.

Artikel 3.2

Definities

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  1. Advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een sekswerker onder de aandacht van het publiek brengt;

  2. Beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;

  3. Bezoeker: degene die aanwezig is in een seksbedrijf, met uitzondering van:

    • De exploitant;

    • De beheerder;

    • De sekswerker;

    • Het personeel dat in het seksbedrijf werkzaam is;

    • Toezichthouders zoals bedoeld in artikel 6.2;

    • Andere personen wier aanwezigheid in het seksbedrijf wegens dringende reden noodzakelijk is.

  4. Erotische detailhandel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren worden verkocht of verhuurd;

  5. Escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk in de vorm van bemiddeling tussen klant en sekswerker. Een escortbedrijf is een seksbedrijf.

  6. Exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;

  7. Klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een seksbedrijf of een sekswerker aangeboden seksuele diensten.

  8. Raamsekswerkbedrijven: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk, waarbij het werven van klanten gebeurt door een sekswerker die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;

  9. Seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling.

    Hieronder vallen onder meer seksclubs, bordelen, privéhuizen, escortbedrijven, erotische massagesalons, sekstheaters, seksbioscopen, seksautomatenhallen, parenclubs, swingersclubs en seksauna’s, al dan niet in combinatie met elkaar. Thuiswerkende sekswerkers, erotisch getinte horeca en erotische detailhandel worden niet beschouwd als seksbedrijven binnen deze definitie;

  10. Seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf. Het gedeelte van het seksbedrijf waar het sekswerk plaatsvindt;

  11. Sekswerk: het verrichten van seksuele handelingen of diensten met of voor een ander tegen betaling, goederen, middelen en/of onderdak;

  12. Sekswerker: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen of diensten met of voor een ander tegen betaling, goederen, middelen en/of onderdak;

  13. Werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.

Artikel 3.3

Bevoegd bestuursorgaan

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder het bevoegde bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Artikel 3.4

Vergunning

  1. Het is verboden een seksbedrijf te exploiteren of de exploitatie te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

  2. Op een volledig ingediende vergunningsaanvraag wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

  3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

  4. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend.

  5. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld.

  6. Een vergunning voor een seksbedrijf wordt verleend voor de duur van 10 jaar.

  7. Na afloop van de 10 jaar vindt een herbeoordeling plaats, waarbij wordt gekeken of de vergunning kan worden verlengd.

  8. Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op thuissekswerk, mits wordt voldaan aan de volgende voorschriften en beperkingen:

    1. maximaal twee ter plaatse ingeschreven bewoners mogen sekswerk in de woning verrichten;

    2. de sekswerker staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het woonadres waar het sekswerk plaatsvindt;

    3. De sekswerker is verplicht als zelfstandig ondernemer te zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel op het woonadres waar het sekswerk wordt verricht;

    4. afdracht van verdiensten uit thuissekswerk aan een derde is niet toegestaan;

    5. er is geen sprake van bemiddeling door derden, met uitzondering van advertentiesites waar de sekswerker zelf adverteert;

    6. Het is verboden sekswerk te verrichten indien dit leidt tot aantasting van het woon- en leefklimaat, verstoring van de openbare orde of strijd met de geldende omgevingsplan;

    7. de sekswerker ontvangt tussen 01.00 uur 's nachts en 06.00 uur 's ochtends geen klanten in de woning.

  9. Het college kan met het oog op de belangen bepaald in artikel 1:7 en artikel 3:9, tweede lid, van deze verordening nadere regels stellen over de voorschriften en beperkingen ten aanzien van thuissekswerk.

Artikel 3.5

Beperken aantal vergunningen

  1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het totaal aantal seksbedrijven waarvoor een vergunning kan worden verleend. Hierbij kan worden bepaald dat een maximum slechts geldt voor bepaalde soorten seksbedrijven.

  2. Voor het uitoefenen van raam- en straatsekswerk wordt geen vergunning verleend.

Artikel 3.6

Aanvraag

  1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier.

  2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

    1. de persoonsgegevens van de exploitant;

    2. een kopie van een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant;

    3. het nummer van inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

    4. het telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

    5. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;

    6. de persoonsgegevens van de beheerder(s);

    7. een kopie van een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de beheerder(s);

    8. arbeidscontracten afgesloten met alle beheerders;

    9. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

    10. indien van toepassing: het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;

    11. een document waaruit blijkt wat de juridische relatie is van de exploitant met het pand, bijvoorbeeld een huurovereenkomst, eigendomsbewijs of pachtovereenkomst;

    12. indien van toepassing: een plattegrond van het seksbedrijf en de seksinrichting met een schaal van 1:100 met daarop duidelijk aangegeven de inrichting en de bestemming van de werkruimten;

    13. indien van toepassing: een situatietekening van de plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting met een schaal van tenminste 1:1000;

    14. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant en/of de beheerder(s) een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant of beheerder(s) verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;

    15. het bedrijfsplan.

  3. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

Artikel 3.7

Bedrijfsplan

  1. Een seksbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:

    1. Op het gebied van hygiëne;

    2. Ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerkers;

    3. Ter bescherming van de gezondheid van de klanten;

    4. Ter voorkoming van strafbare feiten.

  2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, waarborgen dat:

    1. De hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;

    2. Inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor de sekswerkers;

    3. In de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met CE-markering en glijmiddel voor gebruik beschikbaar zijn;

    4. In de werkruimten voor de sekswerkers een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is en duidelijk is welke maatregelen worden genomen indien dit alarm afgaat;

    5. De sekswerkers zich op zelf besloten tijden regelmatig laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van dergelijk onderzoek;

    6. De sekswerker niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;

    7. De sekswerker vrij is in de keuze van de arts(en) die de sekswerker wil bezoeken;

    8. De sekswerker klanten en diensten kan weigeren zonder dat dit gevolgen heeft voor andere werkzaamheden;

    9. De sekswerker kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dit gevolgen heeft voor de werkzaamheden;

    10. Aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;

    11. De exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de sekswerker(s) voordat deze voor of bij de exploitant gaat werken, teneinde vast te stellen of de sekswerker(s) voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in het bedrijfsplan;

    12. De exploitant voor elke voor of bij de exploitant werkzame sekswerker kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden de sekswerker diensten aanbiedt;

    13. De exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de sekswerker(s) niet door derden gedwongen wordt tot sekswerk en dat de exploitant in dit kader informatie van hulpverleningsorganisaties ter beschikking stelt;

    14. De exploitant aan de voor of bij de exploitant werkzame sekswerker(s) informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een sekswerker wil stoppen met sekswerk;

    15. De overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting beperkt wordt.

  3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning.

  4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegd bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.

  5. De rechten voor sekswerkers, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een de sekswerker begrijpelijke taal uitgereikt aan elke sekswerker die werkzaam is voor of bij de exploitant.

  6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen, waaronder het Nederlands, en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een sekswerker klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol en drugs te gebruiken.

Artikel 3.8

Gedragseisen exploitant en beheerder(s)

  1. De exploitant en beheerder:

    1. Staan niet onder curatelen en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij;

    2. Zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;

    3. Hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt.

  2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en beheerder niet:

    1. Met toepassing op artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;

    2. Binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;

    3. Binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

      • Bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

      • De artikelen 137c t/m 137g, 140, 197 a t/m c, 240b, 242 t/m 249, 252, 273f, 300 t/m 303, 416, 417, 417 bis, 420bis t/m 420quinquies, 426, 429quater en 430b van het Wetboek van Strafrecht;

      • Artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

      • De artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

      • De artikelen 2 en 3 van de Wet op de Weerkorpsen;

      • De artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

  3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld:

    1. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf.

    2. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;

  4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:

    1. Bij de weigering van een vergunning gerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;

    2. Bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

  5. De exploitant of beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegd bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning) is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat de exploitant ter zake geen verwijt treft.

Artikel 3.9

Weigeringsgronden

  1. De vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning), eerste lid, wordt geweigerd indien:

    1. De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en) – of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.8 (gedragseisen exploitant en beheerder(s)) gestelde eisen;

    2. De vestiging of exploitatie van een seksbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan;

    3. Er aanwijzingen zijn dat voor het seksbedrijf personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of verblijven of werken in strijd met het bepaalde of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 of dat personen tewerkgesteld (zullen) zijn die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, of slachtoffer zijn van mensenhandel;

    4. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    5. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden voorschriften;

    6. Als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3.7 (bedrijfsplan), eerste en tweede lid;

    7. Als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3.18 (aanwezigheid beheerder), eerste en tweede lid, gestelde verplichtingen zal naleven;

    8. Een maximum zoals bedoeld in artikel 3.5 (beperken aantal vergunning) is vastgesteld en dit maximum is bereikt;

    9. Als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een seksbedrijf waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend;

    10. Als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3.6, tweede lid (aanvraag) gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen;

    11. De vergunning aangevraagd is voor de exploitatie van een raamsekswerkbedrijf.

  2. De vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning), eerste lid, kan worden geweigerd:

    1. In het belang van de openbare orde;

    2. In het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

    3. In het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de woon- en leefklimaat;

    4. In het belang van de veiligheid van personen of goederen;

    5. In het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid;

    6. In het belang van de gezondheid of zedelijkheid;

    7. In het belang van de arbeidsomstandigheden van de sekswerker(s);

    8. Indien niet is voldaan aan het gestelde in de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3.22 (nadere regels).

Artikel 3.10

Eisen met betrekking tot vergunning

  1. De vergunning vermeldt in ieder geval:

    1. de naam van de exploitant;

    2. voor zover van toepassing, die van de beheerder(s);

    3. voor welke activiteit de vergunning is verleend;

    4. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

    5. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend;

    6. het telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

    7. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;

    8. de geldigheidsduur van de vergunning;

    9. het nummer van de vergunning.

  2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in het seksbedrijf waarvoor de vergunning mede is verleend.

Artikel 3.11

Intrekkingsgronden

  1. De vergunning wordt ingetrokken als:

    1. De verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

    2. De vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

    3. Is gehandeld in strijd met de artikelen 3.7 (bedrijfsplan), 3.14 (sluitingstijden), 3.17 (eisen sekswerker) en 3.18 (aanwezigheid beheerder);

    4. Zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

    5. Zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.9 (weigeringsgronden);

    6. De vergunninghouder dat verzoekt;

    7. De uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan;

  2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:

    1. Is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

    2. In verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereisten is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

    3. Een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;

    4. Is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;

    5. Er is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregel;

    6. Zich binnen het seksbedrijf of de seksinrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten;

    7. De exploitant of beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

    8. Er binnen het seksbedrijf of de seksinrichting personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk veroordeeld zijn voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

    9. Gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 3.12

Melding gewijzigde omstandigheden

De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:10, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.

Artikel 3.13

Verlenging vergunning

  1. Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de artikelen 3.4 (vergunning), 3.5 (beperking aantal vergunningen), 3.6 (aanvraag), 3.7 (bedrijfsplan) derde lid, 3.8 (gedragseisen) 3.9 (weigeringsgronden) en 3.10 (eisen met betrekking tot de vergunning) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegde bestuursorgaan al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden.

  2. Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om verlenging is besloten.

Artikel 3.14

Sluitingstijden, aanwezigheid, toegang

  1. Het is verboden een seksbedrijf voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 06.00 uur en op zaterdag en zondag tussen 03.00 en 06.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald.

  2. Het is bezoekers en klanten van een seksbedrijf verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat het seksbedrijf gesloten dient te zijn voor bezoekers.

  3. Het is verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksbedrijf.

  4. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover de bij of krachtens de Omgevingswet of de Wet milieubeheer gestelde sluitingstijden van toepassing zijn.

Artikel 3.15

Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting

  1. Met het oog op de in artikel 3.9 (weigeringsgronden), tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegde bestuursorgaan:

    1. Tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.15 (sluitingstijden) geldende sluitingsuren vaststellen;

    2. Van een afzonderlijk seksbedrijf (tijdelijk) de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegde bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig lid 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3.16

Adverteren

Het is verboden in advertenties voor het seksbedrijf:

  1. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, het vergunningsnummer en de bedrijfsnaam, zoals bedoeld in artikel 3.10 (eisen met betrekking tot de vergunning);

  2. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a; en

  3. onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat sekswerkers die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

Artikel 3.17

Eisen sekswerker(s)

Het is een exploitant verboden een sekswerker voor of bij zich te laten werken die:

  1. Nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;

  2. In Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.

Artikel 3.18

Aanwezigheid van en toezicht door beheerder

  1. Het is verboden een seksbedrijf voor bezoekers en klanten geopend te hebben, zonder dat tenminste één van de ingevolge artikel 3.4 (vergunningsplicht) op de vergunning vermelde beheerders in het seksbedrijf aanwezig is.

  2. De beheerder(s) zijn verplicht er voortdurend op toe te zien dat in het seksbedrijf:

    1. Geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal), en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie;

    2. Geen sekswerk wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

Artikel 3.19

Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder

  1. De exploitant van een seksbedrijf draagt er zorg voor dat:

    1. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;

    2. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;

      1. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers;

      2. Overeenkomsten of afspraken over werktijden en betalingen;

      3. met betrekking tot alle voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, onder k;

      4. de aan- of afwezigheidsregistratie.

  2. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;

  3. medewerkers van de GGD en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksbedrijven en seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;

  4. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;

  5. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur;

  6. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het seksbedrijf.

Artikel 3.20

Raamsekswerk

Het is een sekswerker verboden:

  1. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar en gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en

  2. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan de passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksbedrijf of in de toegang tot een seksbedrijf op te houden.

Artikel 3.21

Straatsekswerk

Het is een sekswerker verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksbedrijf waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel het verrichten van seksuele handelingen.

Artikel 3.22

Nadere regels

Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3.9 (weigeringsgronden) tweede lid, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.

Artikel 3.23

Verbodsbepalingen klanten

  1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een sekswerker van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksbedrijf is verleend.

  2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een sekswerker.

  3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksbedrijf waarvoor een vergunning is verleend.

Artikel 3.24

Erotische detailhandel

Het is verboden om in een onroerende zaak erotische detailhandel te exploiteren in gebieden of delen van de gemeente die door het college, in het belang van de openbare orde of het woon- en leefklimaat, in het omgevingsplan zijn aangewezen als niet-toegestaan.

Artikel 3.25

Tentoonstellen aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

  1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:

    1. Indien het bevoegde bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;

    2. Anders dan overeenkomstig de door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.

Artikel 3.26

Beëindiging exploitatie

  1. De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3.4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van het seksbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

  2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan.

  3. Bij beëindiging van het seksbedrijf vervalt de exploitatievergunning, tenzij de rechtsopvolger van de vergunninghouder vóór overdracht van het seksbedrijf een ontvankelijke aanvraag voor een exploitatievergunning heeft ingediend.

  4. Behoudens het geval dat zwaarwegende feiten of omstandigheden zich daartegen verzetten, blijft de vergunning in dat geval van kracht, totdat op de aanvraag een besluit is genomen.

Artikel 3.27

Wijziging beheer

  1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.6 tweede lid, onder f (beheerder op de vergunning), het beheer binnen het seksbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan.

  2. Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.9, eerste lid, onder a (weigeringsgrond) is van overeenkomstige toepassing.

  3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

Artikel 3.28

Vervallen vergunning

De vergunning vervalt:

  1. Indien er een halfjaar feitelijk geen gebruik is gemaakt van de vergunning;

  2. Indien er een wijziging heeft plaatsgevonden in de persoon van de exploitant;

  3. Indien er een wijziging van bouwkundige aard in de seksinrichting heeft plaatsgevonden;

  4. Indien de seksinrichting naar een andere locatie wordt verplaatst.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bernheze 2025