1. De vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning), eerste lid, wordt geweigerd indien:

    1. De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en) – of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.8 (gedragseisen exploitant en beheerder(s)) gestelde eisen;

    2. De vestiging of exploitatie van een seksbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan;

    3. Er aanwijzingen zijn dat voor het seksbedrijf personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of verblijven of werken in strijd met het bepaalde of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 of dat personen tewerkgesteld (zullen) zijn die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, of slachtoffer zijn van mensenhandel;

    4. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    5. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden voorschriften;

    6. Als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3.7 (bedrijfsplan), eerste en tweede lid;

    7. Als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3.18 (aanwezigheid beheerder), eerste en tweede lid, gestelde verplichtingen zal naleven;

    8. Een maximum zoals bedoeld in artikel 3.5 (beperken aantal vergunning) is vastgesteld en dit maximum is bereikt;

    9. Als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een seksbedrijf waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend;

    10. Als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3.6, tweede lid (aanvraag) gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen;

    11. De vergunning aangevraagd is voor de exploitatie van een raamsekswerkbedrijf.

  2. De vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning), eerste lid, kan worden geweigerd:

    1. In het belang van de openbare orde;

    2. In het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

    3. In het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de woon- en leefklimaat;

    4. In het belang van de veiligheid van personen of goederen;

    5. In het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid;

    6. In het belang van de gezondheid of zedelijkheid;

    7. In het belang van de arbeidsomstandigheden van de sekswerker(s);

    8. Indien niet is voldaan aan het gestelde in de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3.22 (nadere regels).