Algemene plaatselijke verordening 2023 gemeente Beesel BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE
Paragraaf Bestrijding van ongeregeldheden
Paragraaf Optochten en betoging
Paragraaf Verspreiden van gedrukte stukken
Paragraaf Bruikbaarheid van de weg
Paragraaf Veiligheid op de weg
Paragraaf Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Paragraaf

Toezicht op openbare inrichtingen

Artikel 2.24

Begripsomschrijvingen

  1. Openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, afhaal- en/of bezorgcentrum, ijssalon, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.

  2. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. Voor de toepassing van deze afdeling maakt het terras onderdeel uit van de besloten ruimte van de openbare inrichting.

Artikel 2.25

Exploitatievergunning openbare inrichting

  1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

    1. de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

    2. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in:

    1. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

    2. een zorginstelling en een school;

    3. sport- en dansschool;

    4. bedrijfskantine of -restaurant;

    5. clubhuis sportvereniging (aangesloten bij een overkoepelend orgaan);

    6. religieuze instelling;

    7. bed & breakfast;

    8. museum.

  5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als

    1. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van de bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en –handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel

    2. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1.8 of 2.26, tweede of derde lid.

  6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid onder a.

  7. Op de aanvraag om een vergunning of vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.26

Opheffing vergunningplicht

  1. De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in artikel 2.26 niet geldt voor een of meer in dat besluit aangeduide soorten openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.

  2. De exploitatie van een openbare inrichtingen waarop een besluit als bedoeld in het eerste lid van toepassing is, moet zodanig geschieden dat daardoor de woon en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.

Artikel 2.27

Sluitingstijden

  1. Voor een openbare inrichting gelden op vrijdag en zaterdag geen verplichte sluitingstijden, uitgezonderd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.25. Voor dergelijke openbare inrichtingen en bijbehorende terrassen gelden dezelfde sluitingstijden als voor de hoofdactiviteit waarvan zij deel uitmaken.

  2. Voor een openbare inrichting gelden van zondag tot en met donderdag een verplichte sluitingstijd van 02.00 tot 07.00 uur, uitgezonderd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.26, vierde lid. Voor dergelijke openbare inrichtingen en bijbehorende terrassen gelden dezelfde sluitingstijden al voor de hoofdactiviteit waarvan zij deel uitmaken.

  3. Het is de houder van een horecabedrijf waar bedrijfsmatig, al dan niet door middel van een automaat eetwaren en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven van zondag tot en met donderdag van 03.00 tot 07.00 uur.

  4. In afwijking van het eerste lid is het de houder van een verenigingsaccommodatie, verboden dit horecabedrijf tussen 24.00 uur en 8.00 uur voor publiek geopend te hebben of bezoekers in het horecabedrijf toe te laten of te laten verblijven.

  5. In afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede, derde en vierde lid kan de burgemeester door middel van een vergunningvoorschrift sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras.

  6. Het eerste, tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

  7. Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende de tijd dat de inrichting of het terras krachtens het eerste, tweede, derde of vierde lid of een ingevolge artikel 2.29 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.

  8. Voor het horecagedeelte dat onderdeel uitmaakt van een seksinrichting geldt voor de vrijdag en zaterdag een vrij sluitingsuur. Voor zondag t/m donderdag is de sluitingstijd gelijkgesteld aan de sluitingstijd van de seksinrichting i.c. 04.00 uur.

  9. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.28

Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2.28 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

  2. Het in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.

Artikel 2.29

Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting

  1. Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende de tijd dat dit bedrijf krachtens artikel 2.28 of ingevolge een op grond van artikel 2.29 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.

  2. De houder van een openbare inrichting is verplicht onmiddellijk aan de politie kennis te geven van alle buitengewone voorvallen of ongeregeldheden, die in de inrichting plaats hebben.

Artikel 2.30

Ordeverstoring

  1. Het is verboden in een openbare inrichting de orde te verstoren;

  2. Het is verboden voor een horeca-exploitant om een bijeenkomst van een verboden rechtspersoon of een ongewenste groep te laten plaatsvinden in een openbare inrichting.

Artikel 2.31

Handel binnen openbare inrichtingen

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2.32

Het college als bevoegd bestuursorgaan

Indien een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.24 geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2.25 tot en met 2.28.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening 2023 gemeente Beesel