1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

    1. bioscoopvoorstellingen als bedoeld in de Wet op de filmvertoningen;

    2. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5.20 van deze verordening;

    3. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    4. verrichtingen van vermaak, voor zover die plaatsvinden in een inrichting, waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet of artikel 2.26 is verleend, en niet zijnde:

      1. vechtsportevenementen;

      2. verrichtingen, die niet behoren tot de normale bedrijfsvoering van de inrichting en/of waarop de betreffende inrichting niet is ingericht.

    5. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    6. een activiteit als bedoeld in artikel 2.40 van deze verordening;

  2. Onder evenement wordt mede verstaan:

    1. Een herdenkingsplechtigheid;

    2. Een braderie of snuffelmarkt;

    3. Een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.2, op de weg;

    4. Een feest of wedstrijd op of aan de weg.

  3. Evenemententerrein: de ruimte die in de evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daarnaar te kijken en/of daaraan deel te nemen.

  4. Organisator: de natuurlijke of rechtspersoon die een evenement in de zin van dit artikel organiseert, dan wel als eerstverantwoordelijke aan de organisatie leiding geeft.

  5. Deelnemer: een medewerker, deelnemer, toeschouwer of bezoeker van een evenement in de zin van dit artikel.