1. Het is verboden op de weg, als dan niet in een motorvoertuig, te slapen, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen dan wel gelegenheid daartoe te bieden.

  2. Het is verboden zich bij een gevoelstemperatuur van –10 ºC of kouder tussen 21.00 uur en 07.00 uur op te houden in de buitenlucht met het kennelijke doel een aanzienlijk deel van de nacht in de buitenlucht door te brengen.

  3. Van het in het eerste lid genoemde verbod kan het college ontheffing verlenen.

  4. Dit verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet.