1. De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden:

    1. ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op plaats en tijdstip, technische voorzieningen en de verdere inrichting;

    2. in het belang van de veiligheid van personen of goederen;

    3. ter voorkoming van ernstige hinder voor deelnemers en derden op en rondom het evenemententerrein;

    4. in het belang van de openbare orde;

    5. in het belang van de bruikbaarheid van de weg en het doelmatig en veilig gebruik daarvan.

  2. De burgemeester weigert de vergunning in ieder geval indien naar zijn oordeel noch door het stellen van voorschriften, noch door de zijdens de organisator voorgestelde maatregelen, onevenredige schade aan de belangen genoemd in het eerste lid kan worden voorkomen, dan wel indien de ter handhaving van openbare orde en veiligheid noodzakelijke politiecapaciteit een zijns inziens onevenredig beroep op de beschikbare formatie doet.

  3. Het is verboden een evenement aan te kondigen, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen:

    1. indien wordt afgeweken van de in de aanvraag, dan wel de naderhand aan de burgemeester verstrekte gegevens bedoeld in artikel 2.21;

    2. indien wordt gehandeld in strijd met de krachtens het eerste lid door de burgemeester aan de vergunning verbonden voorschriften of;

    3. indien voor het evenement geen vergunning is verleend.

  4. De organisator van een evenement of degene die daarbij de feitelijke leiding heeft, is verplicht:

    1. het evenement onverwijld te beëindigen indien daartoe door of namens de burgemeester een bevel gegeven wordt;

    2. ervoor te zorgen dat, nadat het onder a. bedoelde bevel is gegeven, geen deelnemers meer tot het evenemententerrein worden toegelaten;

    3. ervoor te zorgen dat de aanwijzingen van opsporingsambtenaren en brandweer stipt en onverwijld worden opgevolgd.

  5. Het is voor deelnemers verboden aanwezig te zijn of te blijven bij een evenement ten aanzien waarvan een bevel als bedoeld in het vierde lid, onder a, is gegeven.

  6. Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken.

  7. Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen.

  8. Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.