In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank,
horecabedrijf,
horecalokaliteit,
inrichting,
paracommerciële rechtspersoon,
sterke drank,
slijtersbedrijf en
zwak-alcoholhoudende drank,
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank,
horecabedrijf,
horecalokaliteit,
inrichting,
paracommerciële rechtspersoon,
sterke drank,
slijtersbedrijf en
zwak-alcoholhoudende drank,
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van desbetreffende paracommerciële rechtspersonen betrokken zijn.
Een paracommerciële rechtspersoon kan, onverminderd het bepaalde in artikel 2:18 van deze verordening, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op maandag tot en met zondag van 13:00 uur tot maximaal 1 uur na beëindiging van de activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.
In afwijking van het gestelde in het eerste lid, kan een paracommerciële rechtspersoon tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, alcoholhoudende drank verstrekken tijdens ten hoogste 6 bijeenkomsten per jaar.
Een paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk twee weken voor een bijeenkomst als bedoeld in het derde lid melding hiervan aan de burgemeester.
Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting of in een onderdeel van een inrichting:
waarin uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patat frites of andere snacks en ijs worden verkocht;
waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt gegeven;
die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of -instellingen;
die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen;
die in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoersbedrijf;
die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij kerkelijke instellingen of -organisaties tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op jongeren.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.