-
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
-
Degene die op een openbare plaats:
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
-
Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Betoging
Paragraaf Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken
Paragraaf Afdeling 4. Vertoningen op de weg
Paragraaf Afdeling 5. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 6. Evenementen
Paragraaf Afdeling 7. Betaald voetbal
Paragraaf Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 8a. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Adeling 8b. Bepalingen over het verstrekken van alcoholvrije dranken
Paragraaf Afdeling 10. Nachtverblijf, kamperen buiten kampeerterreinen
Paragraaf Afdeling 11. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf AFDELING 12. Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 13. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 14. Consumentenvuurwerk en carbid
Paragraaf Afdeling 15. Veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 16. Messen en schietwapens
Hoofdstuk REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod
Paragraaf Afdeling 2. Collecteren
Paragraaf Afdeling 3. Venten
Paragraaf Afdeling 4. Standplaatsen
Paragraaf Afdeling 5. Snuffelmarkten
Paragraaf Afdeling 6. Openbaar water
Paragraaf Afdeling 7. Terreinrijden
Paragraaf Afdeling 8. Verbod vuur te stoken
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 2:2
Verstoring van de openbare orde
-
Het is verboden op of aan de weg of openbare plaats op enigerlei wijze de orde te verstoren, personen lastig te vallen of te vechten.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424 of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht.
-
Het is verboden op of aan de weg of openbare plaats een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht om de orde te verstoren, bij zich te hebben.
Artikel 2:3
Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
-
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennisgeving aan de burgemeester.
-
De kennisgeving bevat:
naam en adres van degene die de betoging houdt;
het doel van de betoging;
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
-
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
-
Als de gestelde kennisgevingstermijn van 48 uur valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, dient de kennisgeving uiterlijk om 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag te worden gedaan.
-
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.
Artikel 2:4
Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen of proefmonsters
-
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken, afbeeldingen of proefmonsters onder het publiek te verspreiden en/of te laten verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
-
Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
-
Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:5
Muziek en vermakelijkheden (waaronder straatmuzikant)
-
Het is verboden, zonder vergunning van de burgemeester op openbare plaatsen muziek te maken of een vertoning of een vermakelijkheid te geven of te houden.
-
Indien wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden is het gestelde in het eerste lid niet van toepassing:
-
er wordt met ten hoogste 3 personen opgetreden;
-
er wordt geen gebruik gemaakt van draaiorgels, geluid versterkende apparatuur of instrumenten met een vel (membranofonen) zoals trommels, bongo’s en dergelijke;
-
het optreden omvat maximaal een halfuur achtereen op dezelfde plaats, waarbij een locatie binnen 100 meter als dezelfde plaats wordt beschouwd;
-
het optreden vindt uitsluitend plaats tussen 9.00 en 22.00 uur;
-
het optreden vindt niet plaats binnen een straal van 100 meter van markten of evenementen, of binnen 100 meter van ziekenhuizen;
-
het plaatsen van kleine objecten met een gezamenlijke oppervlakte van max. 25m2 ten behoeve van een optreden is toegestaan, voor zover het plaatsen van deze objecten zich niet verzet tegen de in artikel 1:8 genoemde belangen;
-
het optreden vindt niet plaats in geheel of deels overdekte, openbaar toegankelijke ruimtes;
-
er worden geen artikelen verkocht of geld aangenomen waarvoor het publiek actief is benaderd;
-
er is geen sprake van hinderlijk gedrag of overlast voor de directe omgeving.
-
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet openbare manifestaties, het Wetboek van Strafrecht of indien artikel 2:10 van deze verordening van toepassing is.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:6
Het plaatsen van voorwerpen of stoffen op of aan een openbare plaats
-
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
-
De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd:
als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
het maken van filmopnames als bedoeld in artikel 2:6a;
evenementen als bedoeld in artikel 2:9;
terrassen als bedoeld in artikel 2:16;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:13;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
Het opladen van elektrische voertuigen in de openbare ruimte mits wordt voldaan aan door het college hiervoor opgestelde nadere regels;
door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen;
situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale omgevingsverordening.
-
De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken.
-
De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door of krachtens de Omgevingswet.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:6a
Maken filmopnames en dergelijke
-
Het is verboden zonder vergunning van het college filmopnames te maken in de openbare ruimte voor andere dan privé doeleinden.
-
Geen vergunning is vereist als:
de opnames plaatsvinden tussen 08.00 uur en 23.00 uur;
maximaal 12 personen tegelijktijdig aanwezig zijn (film- en opnamecrew) met gebruik van maximaal drie camera’s vanaf schouder of statief;
geen objecten op rijbaan of fietspad worden geplaatst die een vrije doorgang belemmeren;
maximaal 5 attributen (elk max. 5m2) op het voor voetgangers bedoelde deel van de weg worden geplaatst waarbij een vrije doorgang geborgd is;
geen omleidingen of afzettingen worden geplaatst;
maximaal 5 parkeerplaatsen worden afgezet (gereserveerd), niet zijnde betaald parkeerplaatsen of blauwe zones, waarbij niet meer dan de helft van het aantal beschikbare parkeerplaatsen in de straat wordt gebruikt;
parkeerplaatsen alleen worden gebruikt voor voertuigen die aantoonbaar noodzakelijk zijn voor de opnames en elk een normale parkeerplaats innemen;
geen geweld scènes of scènes met speciale effecten plaatsvinden;
niet meer dan twee aaneengesloten dagen wordt gefilmd.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:7
Hinderlijke beplanting
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert.
Artikel 2:8
Gladheidbestrijding en andere overlast op de weg
Het is verboden bij een toegang tot een woning, een vaartuig, een gebouw of een gedeelte daarvan, alsmede het voetpad of trottoir dat direct grenst aan een woning, een vaartuig, een gebouw of een gedeelte daarvan, voorwerpen of stoffen te plaatsen te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, waardoor overlast of (gladheids)gevaar wordt veroorzaakt.
Artikel 2:9
Definities
-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak op het gebied van kunst, ontwikkeling, ontspanning, sport of daarmee gelijk te stellen vermaak, alsmede herdenkingsplechtigheden, tentoonstellingen, optochten, kermissen, circussen, feesten, braderieën en wedstrijden op of aan de weg, met uitzondering van:
bioscoop- en theatervoorstellingen binnen de daarvoor bestemde ruimten van gebouwen;
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:5 en 5:16 van deze verordening;
reguliere sportactiviteiten in en op sportaccommodaties, niet zijnde vechtsportevenementen of -gala’s;
betaald voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel 2:12.
-
Onder organisator wordt verstaan een natuurlijk persoon of in geval van een rechtspersoon, de bestuurder van deze rechtspersoon dan wel diens gevolmachtigde, die een evenement als bedoeld in het eerste lid organiseert, of leidt.
-
Onder ééndaags, kleinschalig evenement wordt verstaan een evenement dat start en eindigt op dezelfde kalenderdag, waarbij het evenement geen onderdeel vormt van een terugkerende reeks van evenementen en waarbij wordt voldaan aan alle overige voorwaarden zoals gesteld in artikel 2:10 onder lid 2.
Artikel 2:9a
Evenementenkalender
Het college stelt jaarlijks een evenementenkalender vast. Dit is een lijst van evenementen die in een daarop volgend kalenderjaar in de gemeente kunnen plaatsvinden en die is opgesteld aan de hand van door organisatoren op uiterlijk 1 september aangemelde evenementen.
Artikel 2:10
Evenementenvergunning
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
-
Geen vergunning is vereist voor kleinschalige, ééndaagse evenementen, als:
het een evenement in de open lucht betreft;
er sprake is van een organisator/ organisatoren;
het aantal bezoekers op enig moment niet meer bedraagt dan 100 personen;
het een evenement betreft dat plaatsvindt tussen 9.00 en 23.00 uur of op een zon- of feestdag tussen 13.00 en 23.00 uur;
het evenement plaatsvindt buiten door de burgemeester aangewezen stadscentra dan wel locaties en evenemententerreinen, of als het evenement plaatsvindt binnen deze aangewezen gebieden, en hiervoor minimaal twee weken voor het evenement een schriftelijke kennisgeving is ontvangen waarop schriftelijke toestemming is verleend;
het evenement niet plaatsvindt op een rijbaan van een doorgaande weg of hoofdvaarroute van openbaar water of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer of de hulpverleningsdiensten;
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25m2 per object, voor zover het plaatsen van deze objecten zich niet verzet tegen de in artikel 1:8 genoemde belangen;
het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 db(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden;
er geen conflicterende samenloop is met andere evenementen waarvoor een vergunning is verleend, wegopbrekingen en/of hoofdroutes van hulpdiensten;
wordt voldaan aan nadere regels als bedoeld in artikel 2:10 lid 7;
er bij het evenement geen dieren worden gebruikt los van de dieren die onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering van de organisator.
-
De burgemeester kan besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op door de burgemeester aangewezen categorieën evenementen.
-
De burgemeester classificeert aanvragen om een evenementenvergunning aan de hand van een risicoscan volgens de Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid in:
een regulier evenement (klasse A)
een aandacht evenement (klasse B)
een risicovol evenement (klasse C)
-
Onverminderd artikel 1:6 en het bepaalde in artikel 1:8, eerste lid, kan de burgemeester een evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigingen indien naar zijn oordeel:
het evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet is opgenomen op de evenementenkalender;
op de evenementenkalender al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd en locatie;
de aanvraag voor
een regulier evenement minder dan acht weken, óf
een aandacht- c.q. risicovol evenement minder dan twaalf weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is;
het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang, op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven, niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet;
de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet.
-
De burgemeester kan ten aanzien van de in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde evenementen nadere regels stellen ter bescherming van de in artikel 1:8 genoemde belangen.
-
Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Het tweede lid is niet van toepassing op vechtsportwedstrijden of -gala’s.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement of -gala weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.
-
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
-
Een aanvraag om een evenementenvergunning voor een circus kan uitsluitend worden aangevraagd voor een evenement zonder dieren. Bij de indiening van een aanvraag voor een evenementenvergunning waarbij dieren aanwezig zijn, wordt een plan aangeleverd waaruit blijkt dat de veiligheid en gezondheid van dieren is gewaarborgd.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:12
Vergunningplicht
-
In dit artikel wordt verstaan onder organisator:
de betaald voetbalorganisatie Almere City FC, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van Almere City FC als thuisspelende ploeg is betrokken;
de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Almere, waarbij tenminste één betaaldvoetbalorganisatie is betrokken, dan wel in geval van voetbalwedstrijden tussen vertegenwoordigende elftallen;
degene die buiten de gevallen als bedoeld onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij ten minste één betaaldvoetbalorganisatie is betrokken.
-
In dit artikel wordt verstaan onder voetbalwedstijd: wedstrijd georganiseerd door een organisator als bedoeld in lid 1
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een voetbalwedstrijd te houden of te doen houden;
een vergunning kan meerdere wedstrijden betreffen;
paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
-
De aanvraag om vergunning als bedoeld in het derde lid, dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier en kan meerdere wedstrijden betreffen.
-
In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:
de gegevens van de organisator;
de deelnemende voetbalorganisaties;
de geplande datum, tijdstip en locatie van de wedstrijd(en).
-
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een door de organisator op te stellen veiligheidsplan waaruit blijkt dat aan de hand van het risicoprofiel van de wedstrijd(en) voldoende maatregelen zijn genomen voor een goed verloop van de voetbalwedstrijd.
-
Een aanvraag om vergunning als bedoeld in het derde lid, moet uiterlijk vier weken voor de speeldatum van de (eerste) voetbalwedstrijd worden ingediend.
-
De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het derde lid, in het belang van de openbare orde en veiligheid weigeren indien:
de vrees bestaat voor het ontstaan van een ernstige verstoring van de openbare orde;
het aannemelijk is dat de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zullen worden nageleefd;
de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van de voetbalwedstrijd.
-
De burgemeester weigert een vergunning als bedoeld in het derde lid indien niet voldaan is aan het bepaalde in het vierde tot en met het zevende lid.
Artikel 2:14
Verwijdering supporters
-
Personen, die zich door kleding, uitrusting of gedragingen manifesteren als voetbalsupporter en in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de te bezoeken wedstrijd zijn verplicht om, indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, hun weg naar het stadion te vervolgen zodra ze de gemeente bereiken.
-
Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedraging of anderszins kenbaar maken zijn verplicht om, indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan daarvan, direct na afloop van de wedstrijd te vertrekken uit de gemeente of zich te begeven in een door de politie aan te geven route en richting.
-
Personen, die zich door kleding, uitrusting of gedragingen manifesteren als voetbalsupporter en niet in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de wedstrijd en op een of andere wijze de openbare orde verstoren of ernstig dreigen te verstoren dan wel racistisch gedrag vertonen of racistische uitlatingen doen, zijn verplicht zich op eerste aanzegging van de politie buiten de gemeentegrenzen te begeven of in een door de politie aan te geven route en richting.
Artikel 2:15
Omgevingsverbod
-
De burgemeester kan een persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf 2 uur voor het vastgestelde begin tot 2 uur na afloop van de voetbalwedstrijden van de organisator.
-
De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het vorige lid bedoelde verbod nadat vast is komen te staan dat de persoon de openbare orde in de omgeving van het stadion in ernstige mate heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de organisator werd gespeeld.
Artikel 2:16
Definities
-
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
-
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Artikel 2:16a
Veiligheidsplan
-
Het is verboden een inrichting, die valt onder een door het college aangewezen categorie van inrichtingen, in bedrijf te hebben en te houden zonder dat de houder van de inrichting beschikt over een door de burgemeester goedgekeurd veiligheidsplan.
-
Voor de opzet van een veiligheidsplan kan de burgemeester een model vaststellen.
-
De burgemeester kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen.
-
Het college kan nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, zedelijkheid en gezondheid.
Artikel 2:17
Terrasvergunning
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras bij een openbare inrichting in te richten en in gebruik te nemen en te houden.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
de exploitatie van het terras in strijd is met een omgevingsplan en deze strijdigheid niet kan worden weggenomen door het verlenen van een omgevingsvergunning.
voor de openbare inrichting waaraan het terras gekoppeld is geen alcoholwetvergunning of vergunning alcoholvrij bedrijf is verleend of kan worden verleend, of indien deze vergunning is ingetrokken. Deze weigeringsgrond is niet van toepassing als het een terras bij een detailhandelsvestiging met winkelondersteunende horeca-activiteiten betreft.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd als:
het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
het gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.
naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de openbare inrichting en het terras op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
-
In afwijking van het gestelde in artikel 1:5 is de terrasvergunning objectgebonden.
-
De burgemeester kan openbare plaatsen aanwijzen waarvoor het verbod van het eerste lid van dit artikel niet geldt.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:18
Sluitingstijden openbare inrichtingen
-
Openbare inrichtingen zijn gesloten van maandag tot en met zondag tussen 00.00 en 06.00 uur.
-
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
-
In afwijking van de in het eerste lid gestelde sluitingstijden, kan de burgemeester in het belang van de openbare orde of het woon- en leefklimaat andere sluitingstijden vaststellen voor één of meer openbare inrichtingen, categorieën van openbare inrichtingen of voor de tot de openbare inrichtingen behorende terrassen.
-
De burgemeester kan bij openbaar bekend te maken besluit bepalen dat het verbod in het eerste lid niet geldt voor één of meer in dat besluit aangewezen gedeelten van de gemeente.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:19
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen en/of een daartoe behorend terras tijdelijk andere dan krachtens 2:18, eerste lid geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:20
Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting
Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende de tijd dat dit bedrijf bij of krachtens het bepaalde in artikel 2:18 of ingevolge een op grond van artikel 2:19 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.
Artikel 2:22
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Indien een openbare inrichting geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester maar het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:16 tot en met 2:20.
Artikel 2:22a
Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank,
horecabedrijf,
horecalokaliteit,
inrichting,
paracommerciële rechtspersoon,
sterke drank,
slijtersbedrijf en
zwak-alcoholhoudende drank,
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2:22b
Regulering paracommerciële rechtspersonen
-
Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van desbetreffende paracommerciële rechtspersonen betrokken zijn.
-
Een paracommerciële rechtspersoon kan, onverminderd het bepaalde in artikel 2:18 van deze verordening, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op maandag tot en met zondag van 13:00 uur tot maximaal 1 uur na beëindiging van de activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.
-
In afwijking van het gestelde in het eerste lid, kan een paracommerciële rechtspersoon tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, alcoholhoudende drank verstrekken tijdens ten hoogste 6 bijeenkomsten per jaar.
-
Een paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk twee weken voor een bijeenkomst als bedoeld in het derde lid melding hiervan aan de burgemeester.
Artikel 2:22c
Verbod verstrekking sterke drank
-
Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting of in een onderdeel van een inrichting:
waarin uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patat frites of andere snacks en ijs worden verkocht;
waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt gegeven;
die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of -instellingen;
die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen;
die in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoersbedrijf;
die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij kerkelijke instellingen of -organisaties tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op jongeren.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Artikel 2:22d
Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Alcoholvrij bedrijf: de openbare inrichting waarin alcoholvrije drank en/of spijzen en rookwaren voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt;
Alcoholvrije drank: de drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor minder dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat;
Leidinggevende:
De natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het alcoholvrij bedrijf wordt uitgeoefend;
De natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin het alcoholvrij bedrijf wordt uitgeoefend;
De natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van het alcoholvrij bedrijf.
Artikel 2:22e
Vergunning alcoholvrij bedrijf
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester het alcoholvrij bedrijf uit te oefenen.
-
Dit verbod is niet van toepassing in situaties waarin wordt voorzien door de Alcoholwet.
-
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
Artikel 2:22f
Nadere regels
Het college kan nadere regels stellen die strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning voor het alcoholvrij bedrijf is vereist.
Artikel 2:22g
Vereisten vergunning alcoholvrij bedrijf
-
Voor het verkrijgen van een vergunning voor het alcoholvrij bedrijf moet een leidinggevende:
-
de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;
-
een verklaring omtrent het gedrag overleggen die maximaal drie maanden voor de datum, waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;
-
niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.
-
Het alcoholvrij bedrijf moet voldoen aan de in artikel 2:22f gestelde nadere regels.
Artikel 2:22h
Weigeren en intrekken van de vergunning
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, weigert de burgemeester een vergunning indien:
-
niet wordt voldaan aan de in artikel 2:22f gestelde nadere regels en artikel 2:22g gestelde vereisten;
-
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het alcoholvrije bedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6, trekt de burgemeester een vergunning in indien:
-
niet langer voldaan wordt aan de in artikel 2:22f gestelde nadere regels en artikel 2:22 g gestelde vereisten;
-
zich in de inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
-
De burgemeester kan een vergunning intrekken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
Artikel 2:22i
Wijziging leidinggevende
-
Een leidinggevende als genoemd in artikel 2:22d, onder a, meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven of door te halen op de aan hem verleende vergunning.
-
De melding als genoemd in het eerste lid geldt als aanvraag tot wijziging van de vergunning.
-
De in het eerste lid aangemelde nieuwe leidinggevende mag werkzaam zijn in het alcoholvrij bedrijf waarvoor de vergunning is verleend, mits de ontvangst van die melding is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is besloten.
-
Het bepaalde in artikel 2:22h, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2:38
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
kampeermiddel: een onderkomen of voertuig, dat geen bouwwerk is, en dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 2:39
Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
-
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
-
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:
natuur en landschap; of
een stadsgezicht.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40
Aanwijzing kampeerplaatsen
-
Het verbod van artikel 2:39, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden, genoemd in de artikelen 1:8 en 2:39, lid 4, van deze verordening.
Artikel 2:41
Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder, is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Artikel 2:42
Slapen op of aan de weg
Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken.
Artikel 2:43
Betreden gesloten woning of lokaal
-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:43a
Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen
-
De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.
-
Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.
-
Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
-
Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.
Artikel 2:44
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
-
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te laten aanbrengen;
-
met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
-
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover wordt gehandeld krachtens wettelijk voorschrift.
-
De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
-
Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.
Artikel 2:45
Vervoer plakgereedschap e.d.
-
Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.
-
Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:44.
Artikel 2:46
Vervoer van inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
-
Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
-
Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
-
Het is verboden op een openbare plaats:
-
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
-
zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
-
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, of op het openbaar water, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten, of anderszins overlast veroorzaken.
-
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, of op het openbaar water, die deel uitmaakt van een door de burgemeester aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
-
De burgemeester kan de werking van het verbod in het tweede lid beperken tot bepaalde dagen en uren.
-
Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op:
-
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
-
de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:49
Verboden gedrag bij of in gebouwen
-
Het is verboden:
-
zich zonder redelijk doel in of nabij een portiek of poort op te houden;
-
zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw of de onmiddellijke omgeving daarvan te zitten of te liggen.
-
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartements- gebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte of de onmiddellijke omgeving van zo'n gebouw.
Artikel 2:49a
Hinderlijk gedrag in of vanuit een woning
-
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, dient er zorg voor te dragen dat, door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf, geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
-
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang, indien het in het eerste lid bepaalde wordt overtreden.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:51
Mosquito
-
In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 4:5 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats.
-
De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.
-
Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten.
-
Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste 12 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 12 maanden verlengen.
Artikel 2:52
Neerzetten van fietsen, bromfietsen e.d.
-
Het is verboden op of aan een openbare plaats een fiets, een bromfiets of een gelijksoortig voertuig te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek, indien:
-
dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van één of meer gebruikers van dat gebouw of dat portiek, of;
-
daardoor die ingang versperd wordt.
-
Het is verboden een fiets, een bromfiets of een gelijksoortig voertuig op zodanige wijze op een voetpad of trottoir te plaatsen of te laten staan, dat de doorgang daardoor wordt belemmerd.
-
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
-
Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.
-
Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets, bromfiets of een gelijksoortig voertuig te bevinden op een terrein waar een evenement, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden.
Artikel 2:52a
Winkelwagentjes
-
Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze:
te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en
terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
-
Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op of aan een openbare plaats achter te laten, anders dan op plaatsen die daartoe door de rechthebbende zijn aangewezen.
-
Het is verboden zich met een winkelwagentje op of aan de openbare plaats te bevinden op een afstand van meer dan 100 meter van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat het plaatsen van een winkelwagentje bij een door de rechthebbende aangewezen verzamelplaats die zich op meer dan 100 meter afstand van het bedrijf bevindt daarvan is uitgezonderd.
-
Onverminderd het eerste tot en met het derde lid kan het college de eigenaar of de door deze gemachtigde bedrijfsleider van een bedrijf als bedoeld in het eerste lid verplichten tot het op de winkelwagentjes aanbrengen van een muntslot tegen diefstal, indien zulks met het ook op het tegengaan van het laten staan en doen laten staan van winkelwagentjes op de openbare plaats, in samenhang met de situatie ter plaatse noodzakelijk is.
-
Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2:54
Loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond fysiek aangelijnd is;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen;
buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats zonder dat die hond fysiek aangelijnd is;
buiten de bebouwde kom op een andere door het college aangewezen plaats.
-
Het verbod in het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen (zogenaamde losloopgebieden). Het college kan per losloopgebied een maximum stellen aan het aantal honden dat gelijktijdig begeleid mag worden door één begeleider.
-
De verboden genoemd in het eerste lid zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:55
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich binnen de bebouwde kom met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht opruimmiddelen voor hondenuitwerpselen bij zich te dragen en is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. Onder geëigende opruimmiddelen wordt verstaan: een hondenpoepschep of een (wegwerp)zakje.
-
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
-
Het college kan plaatsen buiten de bebouwde kom aanwijzen waar het gebod uit het eerste lid ook van toepassing is.
Artikel 2:56
Gevaarlijke honden
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
De eigenaar of houder van een hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
-
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
-
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
-
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 2:54, eerste lid onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:56a
Gevaarlijke honden op eigen terrein
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als:
-
de burgemeester heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht dan wel,
-
de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
-
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
-
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden, en;
-
het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:57
Hinder door dieren
Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder veroorzaakt.
Artikel 2:58
Bedelarij
Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in een voor publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Artikel 2:58a
Zoeken van contact, verrichten van handelingen van seksuele aard
Het is verboden op een openbare plaats:
zich op te houden met het kennelijk doel gericht contact te zoeken tot het aldaar, of in de directe omgeving daarvan, verrichten van handelingen van seksuele aard;
al dan niet met een ander of anderen handelingen te verrichten van seksuele aard.
Artikel 2:59
Definitie
In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:60
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
-
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;
de naam en adres van degene die het goed heeft verkregen.
-
De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze verplichtingen.
Artikel 2:61
Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
dat hij het beroep van handelaar uitoefent, met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
van een verandering van de onder a, sub 1 bedoelde adressen;
dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan.
de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste zeven dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:62
Drugshandel op straat (of handel in daarop gelijkende waar)
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:63
Hinderlijk gebruik softdrugs
-
Het is verboden op een door de burgemeester aangewezen openbare plaats softdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te hebben.
-
Onder softdrugs wordt verstaan: de middelen, genoemd in lijst II behorende bij de Opiumwet, of daarop gelijkende waar.
Artikel 2:64
Definitie consumentenvuurwerk
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1 of F2 en dat bij of krachtens het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:65
Bezigen van vuurwerk
-
Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
-
Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
-
De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:65a
Het schieten van carbid
-
Ter voorkoming van geluidhinder en gevaar is het zowel binnen, als buiten de bebouwde kom van de gemeente Almere verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen, op explosieve wijze te verbranden.
-
Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is of op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2:66
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:67
Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:68
Verblijfsontzegging
-
Het is degenen aan wie dit door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde schriftelijk is bekendgemaakt, verboden zich gedurende een in de bekendmaking genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken te bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd.
-
De burgemeester beperkt het in het eerste lid genoemde verbod indien dat in verband met persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Artikel 2:69
Schietwapens
-
Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester, op of aan de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats, schietwapens bij zich te hebben.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet als:
de Wet wapens en munitie van toepassing is;
de schietwapens zodanig zijn verpakt dat ze niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:70
Messen en andere voorwerpen als steekwapen
-
Het is verboden op een openbare plaats, met inbegrip van daarvan gelegen, voor het publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben.
-
Dit verbod geldt niet voor wapens, behorende tot de categorieën I, II, III, IV van de Wet wapens en munitie.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt en die zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden aangewend.