1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak op het gebied van kunst, ontwikkeling, ontspanning, sport of daarmee gelijk te stellen vermaak, alsmede herdenkingsplechtigheden, tentoonstellingen, optochten, kermissen, circussen, feesten, braderieën en wedstrijden op of aan de weg, met uitzondering van:

    1. bioscoop- en theatervoorstellingen binnen de daarvoor bestemde ruimten van gebouwen;

    2. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet;

    3. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    4. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;

    5. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    6. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:5 en 5:16 van deze verordening;

    7. reguliere sportactiviteiten in en op sportaccommodaties, niet zijnde vechtsportevenementen of -gala’s;

    8. betaald voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel 2:12.

  2. Onder organisator wordt verstaan een natuurlijk persoon of in geval van een rechtspersoon, de bestuurder van deze rechtspersoon dan wel diens gevolmachtigde, die een evenement als bedoeld in het eerste lid organiseert, of leidt.

  3. Onder ééndaags, kleinschalig evenement wordt verstaan een evenement dat start en eindigt op dezelfde kalenderdag, waarbij het evenement geen onderdeel vormt van een terugkerende reeks van evenementen en waarbij wordt voldaan aan alle overige voorwaarden zoals gesteld in artikel 2:10 onder lid 2.