1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:

  2. op het gebied van hygiëne;

  3. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;

  4. ter bescherming van de gezondheid van de klanten;

  5. ter voorkoming van strafbare feiten.

  6. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat:

  7. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;

  8. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees;

  9. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;

  10. in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is;

  11. de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;

  12. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;

  13. de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken;

  14. de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft;

  15. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft;

  16. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;

  17. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen;

  18. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;

  19. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;

  20. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie;

  21. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt.

  22. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning.

  23. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het de burgemeester of het college indien het een escortbedrijf betreft. De wijziging wordt na goedkeuring van de burgemeester of het college als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen, die overeenkomstig het eerste en tweede lid, aan een bedrijfsplan worden gesteld.

  24. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant.

  25. In de seksinrichting wordt in ten minste drie talen, en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken. Van deze drie talen maakt in ieder geval een versie in het Nederlands en Engels deel uit.