-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Betoging
Paragraaf Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken
Paragraaf Afdeling 4. Vertoningen op de weg
Paragraaf Afdeling 5. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 6. Evenementen
Paragraaf Afdeling 7. Betaald voetbal
Paragraaf Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 8a. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Adeling 8b. Bepalingen over het verstrekken van alcoholvrije dranken
Paragraaf Afdeling 10. Nachtverblijf, kamperen buiten kampeerterreinen
Paragraaf Afdeling 11. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf AFDELING 12. Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 13. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 14. Consumentenvuurwerk en carbid
Paragraaf Afdeling 15. Veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 16. Messen en schietwapens
Hoofdstuk REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod
Paragraaf Afdeling 2. Collecteren
Paragraaf Afdeling 3. Venten
Paragraaf Afdeling 4. Standplaatsen
Paragraaf Afdeling 5. Snuffelmarkten
Paragraaf Afdeling 6. Openbaar water
Paragraaf Afdeling 7. Terreinrijden
Paragraaf Afdeling 8. Verbod vuur te stoken
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Paragraaf
Artikel 2:43a
Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen
-
De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.
-
Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.
-
Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
-
Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.
Artikel 2:44
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
-
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te laten aanbrengen;
-
met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
-
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover wordt gehandeld krachtens wettelijk voorschrift.
-
De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
-
Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.
Artikel 2:45
Vervoer plakgereedschap e.d.
-
Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.
-
Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:44.
Artikel 2:46
Vervoer van inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
-
Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
-
Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
-
Het is verboden op een openbare plaats:
-
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
-
zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
-
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, of op het openbaar water, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten, of anderszins overlast veroorzaken.
-
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, of op het openbaar water, die deel uitmaakt van een door de burgemeester aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
-
De burgemeester kan de werking van het verbod in het tweede lid beperken tot bepaalde dagen en uren.
-
Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op:
-
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
-
de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:49
Verboden gedrag bij of in gebouwen
-
Het is verboden:
-
zich zonder redelijk doel in of nabij een portiek of poort op te houden;
-
zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw of de onmiddellijke omgeving daarvan te zitten of te liggen.
-
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartements- gebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte of de onmiddellijke omgeving van zo'n gebouw.
Artikel 2:49a
Hinderlijk gedrag in of vanuit een woning
-
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, dient er zorg voor te dragen dat, door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf, geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
-
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang, indien het in het eerste lid bepaalde wordt overtreden.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:51
Mosquito
-
In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 4:5 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats.
-
De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.
-
Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten.
-
Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste 12 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 12 maanden verlengen.
Artikel 2:52
Neerzetten van fietsen, bromfietsen e.d.
-
Het is verboden op of aan een openbare plaats een fiets, een bromfiets of een gelijksoortig voertuig te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek, indien:
-
dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van één of meer gebruikers van dat gebouw of dat portiek, of;
-
daardoor die ingang versperd wordt.
-
Het is verboden een fiets, een bromfiets of een gelijksoortig voertuig op zodanige wijze op een voetpad of trottoir te plaatsen of te laten staan, dat de doorgang daardoor wordt belemmerd.
-
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
-
Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.
-
Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets, bromfiets of een gelijksoortig voertuig te bevinden op een terrein waar een evenement, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden.
Artikel 2:52a
Winkelwagentjes
-
Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze:
te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en
terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
-
Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op of aan een openbare plaats achter te laten, anders dan op plaatsen die daartoe door de rechthebbende zijn aangewezen.
-
Het is verboden zich met een winkelwagentje op of aan de openbare plaats te bevinden op een afstand van meer dan 100 meter van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat het plaatsen van een winkelwagentje bij een door de rechthebbende aangewezen verzamelplaats die zich op meer dan 100 meter afstand van het bedrijf bevindt daarvan is uitgezonderd.
-
Onverminderd het eerste tot en met het derde lid kan het college de eigenaar of de door deze gemachtigde bedrijfsleider van een bedrijf als bedoeld in het eerste lid verplichten tot het op de winkelwagentjes aanbrengen van een muntslot tegen diefstal, indien zulks met het ook op het tegengaan van het laten staan en doen laten staan van winkelwagentjes op de openbare plaats, in samenhang met de situatie ter plaatse noodzakelijk is.
-
Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2:54
Loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond fysiek aangelijnd is;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen;
buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats zonder dat die hond fysiek aangelijnd is;
buiten de bebouwde kom op een andere door het college aangewezen plaats.
-
Het verbod in het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen (zogenaamde losloopgebieden). Het college kan per losloopgebied een maximum stellen aan het aantal honden dat gelijktijdig begeleid mag worden door één begeleider.
-
De verboden genoemd in het eerste lid zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:55
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich binnen de bebouwde kom met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht opruimmiddelen voor hondenuitwerpselen bij zich te dragen en is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. Onder geëigende opruimmiddelen wordt verstaan: een hondenpoepschep of een (wegwerp)zakje.
-
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
-
Het college kan plaatsen buiten de bebouwde kom aanwijzen waar het gebod uit het eerste lid ook van toepassing is.
Artikel 2:56
Gevaarlijke honden
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
De eigenaar of houder van een hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
-
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
-
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
-
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 2:54, eerste lid onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:56a
Gevaarlijke honden op eigen terrein
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als:
-
de burgemeester heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht dan wel,
-
de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
-
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
-
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden, en;
-
het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:57
Hinder door dieren
Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder veroorzaakt.