1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, weigert de burgemeester een vergunning indien:

  2. niet wordt voldaan aan de in artikel 2:22f gestelde nadere regels en artikel 2:22g gestelde vereisten;

  3. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het alcoholvrije bedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6, trekt de burgemeester een vergunning in indien:

  6. niet langer voldaan wordt aan de in artikel 2:22f gestelde nadere regels en artikel 2:22 g gestelde vereisten;

  7. zich in de inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.

  8. De burgemeester kan een vergunning intrekken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.