1. De kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen, als in dit wetboek en het Wetboek van Strafrecht voorzien, geschiedt, tenzij de wet anders bepaalt of toelaat, door toezending van een gewone of aangetekende brief over de post.

  2. Betekening van gerechtelijke mededelingen vindt alleen plaats in de gevallen bij de wet bepaald.

  3. Dagvaardingen en aanzeggingen die aan het openbaar ministerie zijn opgedragen, worden, tenzij de wet anders bepaalt of toelaat, steeds betekend.