-
Tegen een in eerste aanleg als einduitspraak bij verstek gewezen vonnis kan degene die daarbij niet van de gehele telastelegging is vrijgesproken, noch daaraan geheel of gedeeltelijk heeft voldaan, binnen veertien dagen na de uitspraak verzet doen:
indien de dagvaarding om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend;
indien zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
-
In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde kan de verdachte verzet doen uiterlijk veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan, waaruit voortvloeit dat het vonnis de verdachte bekend is.
-
Verzet kan niet worden gedaan tegen een vonnis waartegen de verdachte hoger beroep kan instellen.
-
Indien het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst en de oproeping voor de nadere terechtzitting niet in persoon is betekend, dan is de termijn bedoeld in het tweede lid van toepassing, tenzij zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was; in dit laatste geval geldt de termijn bedoeld in de aanhef van het eerste lid.
Inhoud
Artikel 399
Tekst van deze versie
-
Tegen een in eerste aanleg als einduitspraak bij verstek gewezen vonnis kan degene die daarbij niet van de gehele telastelegging is vrijgesproken, noch daaraan geheel of gedeeltelijk heeft voldaan, binnen veertien dagen na de uitspraak verzet doen:
indien de dagvaarding om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend;
indien zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
-
In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde kan de verdachte verzet doen uiterlijk veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan, waaruit voortvloeit dat het vonnis de verdachte bekend is.
-
Verzet kan niet worden gedaan tegen een vonnis waartegen de verdachte hoger beroep kan instellen.
-
Indien het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst en de oproeping voor de nadere terechtzitting niet in persoon is betekend, dan is de termijn bedoeld in het tweede lid van toepassing, tenzij zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was; in dit laatste geval geldt de termijn bedoeld in de aanhef van het eerste lid.